De leemlaag in de ondergrond van onze gemeente zorgt er in een aantal gebieden voor dat het grondwater stagneert op deze ondiepe ondoordringbare laag. Dit zorgt voor ‘schijngrondwaterstanden’ en kan leiden tot knelpunten. Daar waar zich knelpunten voordoen, ondersteunen wij bij het zoeken naar individuele oplossingen. De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het treffen van waterhuishoudkundige en/of bouwkundige maatregelen op eigen perceel.
Het is verboden om grondwater af te voeren naar de gemeentelijke riolering of een hemelwatervoorziening op openbaar gebied, tenzij hiervoor ontheffing is verleend. Het doorbreken van de leemlaag bijvoorbeeld ter verbetering van de infiltratie, is niet wenselijk. In de kwelgebieden kunnen hierdoor de grondwaterproblemen juist toenemen.
Als gemeente treffen we alleen maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand in het openbaar gebied en indien het treffen van maatregelen doelmatig is en niet tot de verantwoordelijkheid van de waterschappen of de provincie behoren. Wij interpreteren de termen structureel, nadelige gevolgen en doelmatig hierbij als volgt:
Structureel: structurele grondwateroverlast, is (potentiële) terugkerende overlast waarbij gebruiksfunctie op lange termijn (minimaal 3 jaar in een periode van 5 jaar) wordt aangetast waarbij de overlast in een periode van een jaar, minimaal drie maanden aanhoudt en terugkerend van aard is.
Het betreft dus geen incidentiele situatie die bijvoorbeeld op kan treden na extreme neerslag of langdurige natte periode. In dergelijke gevallen laat de wet een normaal maatschappelijk risico bij de perceeleigenaar
Nadelige gevolgen: indien in verblijfruimten omstandigheden optreden die tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade leiden. De verblijfruimten dienen hierbij aan de bouwregelgeving te voldoen (aan te tonen door de eigenaar)
Doelmatig: doelmatige maatregelen zijn maatregelen die qua kosten in overeenstemming zijn met de effecten en gecombineerd kunnen worden met andere werkzaamheden. Hierbij maken wij een afweging tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds. We vinden het niet wenselijk als een buurt met vochtproblemen kampt, een hele wijk met vochtproblemen vinden we onacceptabel
Nieuwbouw
Voor nieuwbouw geldt dat wij hydrologisch neutraal ontwikkelen. Tijdens de initiatieffase beoordelen wij de ontwateringssituatie om ‘natte voeten’ te voorkomen. Wij hanteren de klimaatonderlegger als toetsingsmiddel voor het bepalen van geschikte nieuwbouwlocaties. Waar onvoldoende ontwatering beschikbaar is hanteren wij de volgende voorkeursvolgorde:
Niet bouwen
Ophogen
Draineren
Daarnaast streven wij bij nieuwbouw naar voldoende ontwateringsdiepte. Wij adviseren hierbij de ontwateringsdiepten uit tabel 5.1 aan te houden. Deze ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting, wij zijn als gemeente niet verantwoordelijk voor het handhaven van de genoemde waarden. Daarnaast geven wij bij uitbreidingsplannen het advies bouwpeil af van 0,25 m¹ boven kruin weg om de kans op wateroverlast bij extreme neerslag te verkleinen. Bij inbreidingsplannen is dit niet altijd mogelijk, wel wenselijk.
Tabel 5.1 Geadviseerde minimale ontwateringsdiepte nieuwbouw
Functie
Minimale benodigde ontwatering
(m¹ t.o.v. maatgevend hoogste grondwaterstand)
Woningen zonder kruipruimte*
0,5
Woningen met kruipruimte*
0,7
Tuinen / groenvoorzieningen
0,5
Hoofdwegen**
1,0
*t.o.v. onderkant vloer; ** t.o.v. de kruin van de weg
Bronnering en drainage
Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen (voor het droog uit kunnen voeren van werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen). Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater geldt dat het waterschap hiervoor het bevoegd gezag is.
Voor lozing van bronneringswater op de riolering geldt dat de gemeente hiervoor het bevoegd gezag is. Uitgangspunt is dat schoon bronneringswater niet op het vuilwaterriool wordt geloosd, maar wordt teruggebracht in de bodem of wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. Bij grotere projecten is daarom een omgevingsvergunning verplicht met een waterparagraaf. In de praktijk zal dit echter niet altijd mogelijk zijn. Voor het lozen van bronneringswater op de riolering is, in het kader van het Activiteitenbesluit, het indienen van een verzoek tot een maatwerkvoorschrift bij de gemeente noodzakelijk.
Voor de afvoer van drainagewater hanteren wij de volgende voorkeursvolgorde:
Afvoer naar bodem elders
Afvoer van drainagewater op oppervlaktewater (in overleg met de waterschapen)
Als er geen oppervlaktewater in de buurt is, dan het drainagewater afvoeren via de hemelwaterriolering (in overleg met de waterschappen)
Als er geen hemelwaterriolering aanwezig is, dan kan het drainagewater worden geloosd op de gemengde riolering (in overleg met de waterschappen en gemeente)
Waar mogelijk treffen wij voorzieningen om op een later tijdstip alsnog te kunnen aansluiten op oppervlaktewater / hemelwaterriolering
Toetsing huidige situatie
We beschikken op dit moment niet over een gebiedsdekkend grondwatermeetnet. De meldingen over grondwateroverlast uit het verleden hebben we opgepakt. Voor de wijk De Leest hebben wij een voorbeeldboek opgesteld met maatregelen die bewoners zelf kunnen nemen om grondwateroverlast tegen te gaan. Dit voorbeeldenboek kunnen wij, mocht dit zich voordoen, ook in andere gebieden gebruiken.
Strategie / maatregelen
Grondwatermeetnet: Het grondwatermeetnet ziet de werkregio als een belangrijk instrument voor het maken van inrichtingskeuzes in relatie tot klimaatverandering, met name op het gebied van droogte en wateroverlast. In 2022 bepalen we of we bijdragen aan een grondwatermeetnet dat wordt opgezet op het niveau van de werkregio As50+ of dat we uitgaan van een eigen meetnet. Deze keuze bepaalt in grote mate de kostprijs waarvan het investeringsbedrag niet op voorhand is in te schatten. Wanneer nodig vragen wij op basis van een startnotitie (inclusief planningen en kosten) hiervoor budget aan via een kadernota.
Grondwatermaatregelen: op dit moment is er geen aanleiding om maatregelen te treffen. Om problemen in de toekomst te voorkomen en om verdere verdroging in de toekomst in beeld te hebben, daarop te kunnen acteren en waar mogelijk te voorkomen, nemen we de lokale grondwateromstandigheden wel mee in de gebiedsgerichte uitwerking in onze integrale projectenplanning
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
We zorgen dat grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert en faciliteren bij grondwaterproblemen
Onderdeel van Programma Water en Riolering Meierijstad