Voor de inzet en toekenning van de financiële middelen corona-compensatie geldt met ingang van 20 januari 2021 de volgende bestuurlijke richtlijn:
- - Middelen zijn en worden slechts ingezet voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld;
- - Er wordt niet meer gecompenseerd dan het bedrag dat vanuit het Rijk beschikbaar is gesteld;
- - Er vindt alleen compensatie plaats op basis van een concreet en onderbouwd verzoek op basis van de volgende aspecten:
- - Financiële onderbouwing en prognose van situatie van komende periode/jaar passend bij de omvang van de compensatie;
- - Al ondernomen acties om de inkomsten te verhogen of de kosten te verlagen;
- - Bijdragen aan gemeentelijke doelen en relatie met het maatschappelijk belang;
- - Er vindt geen actieve uitvraag plaats bij organisaties om hiervoor een verzoek in te dienen;
- - Indien het plafond van het beschikbare budget is bereikt, dan wordt het verzoek afgewezen;
- - Niet-ingezette middelen worden gebruikt voor noodzakelijke corona-kosten waarvoor geen compensatie vanuit het Rijk wordt ontvangen;
- - Reeds opgelegde facturen worden niet verrekend met de compensatie. Organisaties kunnen onder voorwaarden uitstel van betaling blijven aanvragen;
- - Voor toekenning van corona-compensatie is een besluit van het college nodig.