Het samenwerkingsverband heeft tot taak het duurzaam ontwikkelen, realiseren, exploiteren en beheren van het in artikel 4 van deze regeling bedoelde bedrijventerrein. Onder deze taak is alles begrepen wat in de ruimste zin des woords met de ontwikkeling, realisatie, exploitatie en het beheer samenhangt, inclusief het zo nodig treffen van met de uitvoering van deze taken samenhangende of daaruit voortvloeiende compenserende maatregelen. Ontwikkeling en realisatie betreffen alle procedures, regelingen en handelingen om het regionaal bedrijventerrein feitelijk, gefaseerd, te realiseren. Exploitatie en beheer omvat de toepassing en uitvoering van het totale instrumentarium dat ten behoeve van de verdere ontwikkeling en realisering van dit regionaal bedrijventerrein en de instandhouding daarvan kan worden ingezet. Als onderdeel van -en sturingsmiddel binnen- deze ontwikkeling, realisering, exploitatie en beheer is een belangrijk instrument de grondexploitatie waarmee de in artikel 4 omschreven doelstelling kan worden bereikt.
De volgende daartoe gerekende deeltaken dragen de deelnemende gemeenten over aan het samenwerkingsverband:
a. Privaatrechtelijke deeltaken:
het verwerven van alle voor de aanleg van het bedrijventerrein benodigde en daarvoor in aanmerking komende gronden/opstallen en beperkte rechten, met dien verstande dat het samenwerkingsverband gerechtigd is om ook gronden/opstallen te verwerven die gelegen zijn buiten het toekomstige bedrijventerrein, mits die verwerving noodzakelijk is in verband met verwerving van gronden binnen het toekomstig bedrijventerrein;
het verkopen en leveren van gronden, gelegen buiten het toekomstige bedrijventerrein, aan derden;
de financiering van de kosten van ontwikkeling, de realisatie, de exploitatie en het beheer van het bedrijventerrein;
het (doen) aanleggen van alle ten behoeve van het bedrijventerrein benodigde voorzieningen van openbaar nut, alsmede de voorzieningen met een semi-openbaar karakter (onder semi-openbaar wordt verstaan een voorziening ten behoeve van twee of meer individuele kavels/bedrijven, echter zonder openbare bestemming), inclusief de met deze aanleg verband houdende nazorg, waartoe in ieder geval worden gerekend het verrichten van alle werkzaamheden gericht op het bouw- en woonrijp maken, inclusief het beheer en onderhoud, van het bedrijventerrein en aanbesteding conform de (Europese) aanbestedingsrichtlijnen;
het voorbereiden en toepassen van een privaatrechtelijk kostenverhaalsinstrumentarium, gericht op het (doen) verkrijgen van een bijdrage van particuliere grondeigenaren in de door het samenwerkingsverband, respectievelijk de grondgebied gemeenten gemaakte en te maken kosten in verband met de grondexploitatie van het bedrijventerrein conform afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Tot deze taak behoort het privaatrechtelijk kostenverhaal, waaronder het voorbereiden tot het treffen en het treffen van anterieure overeenkomsten en het voorbereiden tot het treffen en het treffen van posterieure overeenkomsten, dit laatste in samenhang met een in dat geval vastgesteld exploitatieplan;
het ontwikkelen en uitvoeren van een slagvaardig promotie- en acquisitiebeleid met betrekking tot de uitgifte van bouwkavels en daarmee verband houdende vestiging van bedrijven;
het uitgeven van bouwkavels, (verkoop of in erfpacht uitgeven) ten behoeve van de vestiging van bedrijven;
het op bedrijfsmatige basis (mede-)ontwikkelen en/of (mede-) exploiteren van gebouwen, bouwwerken en ander opstallen binnen het bedrijventerrein;
het feitelijk en juridisch beheer en onderhoud van de in het samenwerkingsverband ingebrachte gronden en de daarop aangelegde wegen, riolering, groenvoorzieningen en andere voorzieningen van openbaar nut, alsmede de voorzieningen met een semi-openbaar karakter;
het voorbereiden en oprichten van een parkmanagementorganisatie;
het aangaan van privaatrechtelijke (samenwerkings)overeenkomsten in het kader van de in artikel 4 genoemde doelstelling;
het voeren van het tijdelijke beheer, bestaande uit alle werkzaamheden voor aanleg en zorg van voorzieningen ten behoeve van het bedrijventerrein, het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van de in artikel 4 omschreven doelstelling.
Publiekrechtelijke deeltaken:
het opstellen van een verkeers- en vervoersplan ten behoeve van de grondgebiedgemeenten;
het ten behoeve van de grondgebiedgemeenten opstellen van een concept-procedureverordening planschadevergoeding op grond van het Besluit ruimtelijke ordening;
het ten behoeve van de grondgebiedgemeenten opstellen van het concept-gemeentelijk milieubeleidsplan, concept-milieuprogramma, concept-rioleringsplan en concept-luchtkwaliteitsplan;
het ten behoeve van de grondgebiedgemeenten opstellen van de benodigde concept-bestemmingsplannen, concept-besluiten op grond van artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het opstellen van concept-besluiten tot afwijking van het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening (Wro), alsmede het voorbereiden van de voorgeschreven wettelijke voorbereidingsprocedures;
het ten behoeve van de grondgebiedgemeenten opstellen van de benodigde concept-exploitatieplannen in de zin van afdeling 6.4 Wro, het ten behoeve van de grondgebiedgemeenten opstellen van concept-besluiten tot herziening van deze exploitatieplannen en het opstellen van concept-besluiten tot afrekening van de exploitatieplannen, alsmede het voorbereiden van de in het kader van die besluiten voorgeschreven wettelijke voorbereidingsprocedures;
het, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, toepassen van de onteigeningswet, waaronder het indienen van onteigeningsverzoeken bij de Kroon;
het, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, coördineren, faciliteren, mede voorbereiden en mede uitvoeren van de toepassing door de grondgebiedgemeenten van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg);
het sluiten van planschadeverhaalsovereenkomsten;
het doen van voorbereidende werkzaamheden door de grondgebiedgemeenten met betrekking tot het:
in procedure brengen van een milieu-effectrapportage;
vaststellen van de milieu-effectbeoordeling strategische beslissingen;
uitvoering in het kader van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
verlenen van ontheffing van gemeenteverordeningen en vergunningverlening ten behoeve van een openbaar werk dat krachtens de wet is bevolen/erkend;
doen van onderzoek in het kader van de Flora- en Faunawet;
uitvoeren van onderzoek in het belang van bodembescherming en het vaststellen van verordeningen ten aanzien van bodemverontreiniging en -sanering;
het (doen) verrichten van de overige ten behoeve van de te nemen planologische besluiten noodzakelijke onderzoeken;
het behandelen van en besluiten inzake bezwaar- en beroepschriften en klachten, voor zover deze betrekking hebben op door het samenwerkingsverband uitgevoerde taken en genomen besluiten;
het behandelen van en besluiten inzake bezwaar- en beroepschriften en klachten, voor zover deze betrekking hebben op door het samenwerkingsverband uitgevoerde taken en genomen besluiten;
het uitvoeren van de Archiefwet en de Wet openbaarheid van bestuur ter zake van door het samenwerkingsverband genomen besluiten;
het uitvoeren van overige deeltaken die met de in dit lid benoemde taken samenhangen of die verder nodig zijn voor een effectieve uitoefening van de aan het samenwerkingsverband opgedragen taak;
het adviseren over door de grondgebiedgemeenten te nemen besluiten ingevolge de Wabo, niet zijnde besluiten ex artikel 2.12 Wabo, op aanvragen tot verlening van omgevingingsvergunning(en);
het verzoeken op grond van de artikelen 3.8, zesde lid en 3.26 Wro aan de provincie tot het doen van een aanwijzing, of het vaststellen van een provinciaal inpassingsplan, ingeval dat wenselijk is met het oog op een goede ruimtelijke ordening;
vaststellen van een leges-, precario- en retributieverordening en het heffen van leges-, precario- en retributie voor zover deze betrekking hebben op de door het samenwerkingsverband geleverde diensten en voor zover het gaat om precariobelasting, op de gronden van het samenwerkingsverband;
het formuleren van een één-loketbeleid, waarbij administratieve be- en afhandeling van de voorbereiding van besluiten die leiden tot vergunningaanvragen, handhavingsbesluiten, reinigingsrechten, feitelijke uitvoering van ten behoeve van het bedrijventerrein te verrichten diensten (vuilophaal, etc.) zoveel als mogelijk vanuit één-loketgedachte door het samenwerkingsverband verzorgd worden;
het aan de grondgebiedgemeenten doen van voorstellen tot de vaststelling van normen op basis van de geurverordening(en) welke voor het bedrijventerrein geldt (gelden);
het adviseren omtrent de door de grondgebiedgemeenten eventueel te nemen besluiten op grond van de Experimentwet BI-zones (wet van 19 maart 2009, Staatsblad 2009, 165).
De volgende met de in lid 1 van dit artikel bedoelde taak verband houdende deeltaken worden niet overgedragen aan het samenwerkingsverband en blijven bij de grondgebiedgemeenten:
het vaststellen van structuurvisies, bestemmingsplan(nen), wijzigingsplan(en) en uitwerkingsplan(nen), het vaststellen van een beeldkwaliteitplan, het nemen van voorbereidingsbesluiten alsmede besluiten tot afwijking van het bestemmingsplan;
het vaststellen en herzien van een exploitatieplan(nen), alsmede het vaststellen van besluiten tot afrekening van deze plannen;
het bij bestemmingsplan vaststellen van geluidszones bedrijventerreinen;
het beslissen op verzoeken tot het verlenen, wijzigen en intrekken van omgevingsvergunningen ten behoeve van de vestiging van bedrijven in de ruimste zin van het woord;
het beslissen op verzoeken, verlenen, wijzigen en intrekken van vergunningen tot lozing van afvalwater en verontreinigende stoffen, voor zover door de Provincie bij verordening opgedragen aan de gemeente;
het beslissen op verzoeken en verlenen van vergunningen en ontheffingen in het kader van de Drank- en horecawet;
het toezien, handhaven en het behandelen van en besluiten naar aanleiding van ingediende bezwaar- en beroepschriften en klachten, voor zover deze betrekking hebben op door de grondgebiedgemeenten uitgevoerde taken en genomen besluiten verband houdende met de realisatie van de in artikel 4 genoemde doelstelling;
het uitvoeren van de Wegenverkeerswet en Wegenwet waaronder onttrekken en toevoegen van wegen aan het openbaar verkeer, nemen van verkeersbesluiten en straatnaamgeving;
het besluiten op verzoeken tot uitkering van planschade ex artikel 6.1 van de Wro;
het nemen van besluiten tot vestigen, bestendigen en intrekken van voorkeursrechten en het besluiten omtrent aanbiedingen, onderhandelingen, prijsbepalingsprocedures en nietigheidsakties op basis van de Wvg;
het vaststellen van gemeentelijke milieubeleidsplannen, milieuprogramma’s, rioleringsplannen en luchtkwaliteitplannen;
het beoordelen van meldingen over toepassing bouwstoffen en het onderzoeken van bouwstoffen inclusief grond;
toezicht op naleving en handhaving Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming en Wet milieugevaarlijke stoffen;
het behandelen van meldingen en verzoeken omtrent opslag vloeibare stoffen in ondergrondse tanks;
het besluiten omtrent planologische medewerking aan ontgronding (afgraven van de bovengrond);
het toepassen van de bevoegdheden op grond van de Experimentenwet BI-zones;
het vaststellen en uitvoeren van de Algemene Plaatselijke Verordening;
de algemene openbare taak die bij de grondgebiedgemeenten berust zoals de inzameling van huis-, tuin- en bedrijfsafval, het inzamelen van regen- en afvalwater, het beheer en onderhoud van wegen, riolering en andere voorzieningen van openbaar nut van door het samenwerkingsverband aan de grondgebiedgemeenten overgedragen openbaar (deel)gebied, de handhaving van de openbare orde, de uitvoering van brandweertaken en calamiteitenzorg;
overige deeltaken die met de hiervoor in dit lid benoemde taken samenhangen;
het in procedure brengen van het milieu-effectrapport, het vaststellen van de milieu-effectbeoordeling strategische beslissingen;
uitvoering in het kader van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
het verlenen van ontheffing van gemeenteverordeningen en vergunningverlening ten behoeve van een openbaar werk dat krachtens wet is bevolen/erkend;
het uitvoeren van onderzoek in het belang van bodembescherming en het vaststellen van verordeningen ten aanzien van bodemverontreiniging en -sanering.
Ten behoeve van een effectieve uitoefening van de deeltaken zoals omschreven in het tweede en derde lid van dit artikel alsmede overige, niet expliciet in dit artikel benoemde, taken, hebben de deelnemende gemeenten en het samenwerkingsverband jegens elkaar de inspanningsplicht om te komen tot een goede afstemming, samenwerking, uitvoering en besluitvorming, ten dienste van de aan het samenwerkingsverband opgedragen taak, dit onverminderd de publiekrechtelijke bevoegdheden die berusten bij de grondgebiedgemeenten respectievelijk het samenwerkingsverband.
Tot de taken, zoals omschreven in het eerste en tweede lid, kan, indien dit bijdraagt tot de realisatie van de in artikel 4 van deze regeling genoemde doelstelling tevens worden gerekend het betrekken van één of meerdere deelnemende gemeenten bij de uitvoering van een of meerdere in het tweede lid genoemde deeltaken.