Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6.

Bevoegdheden

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Heesch West

Voor zover hiervan niet in deze regeling is afgeweken, en onverminderd het bepaalde in artikel 30 van de Wet, komen aan de bestuursorganen van het samenwerkingsverband ter uitvoering van de in het eerste en tweede lid van artikel 5 van deze regeling genoemde deeltaken de bevoegdheden toe, die aan de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten toebehoren, een en ander voor zover niet in strijd met de Wet. Het algemeen bestuur is bevoegd tot het oprichten van of het deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelneming. Het algemeen bestuur is bevoegd tot het heffen van belastingen, zoals bedoeld in artikel 228 en 228a Gemeentewet, en van de rechten zoals bedoeld in artikel 229 Gemeentewet. Voor zover een door het algemeen bestuur vastgestelde verordening voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een grondgebiedgemeente, regelt eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding. Zij kan bepalen, dat de verordening van de gemeente voor het rechtsgebied waarvoor de regeling geldt, dan wel voor een gedeelte daarvan voor wat betreft dat onderwerp ophoudt te gelden. Het samenwerkingsverband is bevoegd tot het aanstellen van personeel en het aangaan van detacheringovereenkomsten en overeenkomsten van opdracht zoals bedoeld in artikel 27 van deze regeling, zulks met inachtneming van hetgeen in hoofdstuk 9 van deze regeling is bepaald. Van de bevoegdheden genoemd in het tweede lid wordt niet eerder gebruik gemaakt dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en zij in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het samenwerkingsverband is bevoegd tot het aangaan van geldleningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel