Na de subsidieverlening dient de houder, in aanvulling op artikel 19 van de ASV, te voldoen aan de navolgende verplichtingen:

1. Houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van jonge kinderen;

2. Houder stemt af met basisscholen over de doorgaande leer- en ontwikkellijn;

3. Houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen. Houder streeft naar een maximale deelname van 8 doelgroeppeuters per groep;

4. Indien een doelgroeppeuter niet geplaatst kan worden spant de houder zich in voor een reëel alternatief binnen de eigen organisatie of in samenspraak met een collega-organisatie;

5. Houder past een door het college vastgestelde inkomensafhankelijke ouderbijdrage toe voor die ouder(s) die geen recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag;

6. Houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de JGZ, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of aan andere door het college aangewezen instanties;

7. Houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die buiten deze subsidieregeling van toepassing zijn;

8. Houder levert na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie is verleend, per peuter tenminste de volgende informatie aan via de Peutermonitor: BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, inkomen ouders, eerste kind ja/nee, VVE-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, einddatum peuteropvang (indien bekend), aantal uren regulier aanbod, aantal uren VVE (aanvullend aanbod);

9. Houder zorgt dat de gegevens op de website overeen komen met de praktijk, zodat ouders eenduidige informatie kunnen vinden over openstelling, voorwaarden en ouderbijdrage voor peuteropvang / VVE.