1. Een aanvraag wordt onverminderd het bepaalde in artikel 5:33b, tweede lid, van de Verordening geweigerd indien:
a. De aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen deelvoertuigen of andere aantallen deelvoertuigen of voor een langere duur dan waarvoor vergunning kan worden aangevraagd gelet op het bepaalde in artikel 2 en 3 van deze Nadere regels;
b. Uit de BIBOB-toetsing en uit het feitelijk handelen van de aanvrager blijkt dat het aanbieden van deelvoertuigen gebruikt wordt voor criminele praktijken.
c. Met het aantal ingediende aanvragen het voertuigenplafond wordt overschreden en, gelet op de beoordeling beschreven in artikel 11 van deze Nadere regels, vergunning wordt verleend aan een andere aanvrager of andere aanvragers.