Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Vergunningvoorschriften

Onderdeel van Nadere regels deelvoertuigen Alphen aan den Rijn

1. Het beleid is erop gericht om bij het verlenen van een vergunning voor deelvoertuigen hieraan de volgende voorschriften te verbinden: a. De deelvoertuigen: I. De deelvoertuigen die worden ingezet voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994; II. De aandrijving van de deelvoertuigen en voertuigen die worden ingezet voor de bedrijfsvoering veroorzaken geen schadelijke stoffen (emissieloos); III. De deelvoertuigen tonen geen reclame voor derden; IV. Elk voor gebruik aangeboden deelvoertuig moet identificeerbaar zijn als deelvoertuig van de vergunninghouder en bevat de contactgegevens van de vergunninghouder; V. De aangeboden deelvoertuigen in de openbare ruimte moeten op elk moment traceerbaar zijn; VI. De vergunninghouder is verplicht verzekerd te blijven tegen aansprakelijkheid. b. Data en Interoperabiliteit: I. De deelvoertuigen zijn digitaal te vinden, te boeken en te betalen via een app in iOS en Android (en eventueel andere gangbare besturingssystemen) in de Nederlandse en Engelse taal. II. Voor het monitoren van de voortgang en effecten van deelmobiliteit en voor het beheersen van de kwaliteit van de openbare ruimte, is de vergunninghouder verplicht om de volgende (geanonimiseerde) data beschikbaar te stellen aan de gemeente: a. Kwantitatieve data: aantal (actieve) gebruikers, aantal kilometers per rit, aantal ritten per dag, gemiddelde duur gebruik per rit, tijdstip (start, einde), locatie herkomst en bestemming, aantal beschikbare deelvoertuigen en in gebruik zijnde deelvoertuigen per wijk en/of postcode, aantal defecte deelvoertuigen, aantal en locaties vernielde deelvoertuigen, aantal ontvangen meldingen, klachten en oplostijd hiervan; b. Kwalitatieve data: informatie die verzameld wordt door aanbieder via enquêtes onder (potentiële) klanten over in ieder geval: relatie met autobezit en -gebruik, modalshift en verbetering van aanbod. III. In het geval Gemeente Alphen aan den Rijn zelf kwalitatief of kwantitatief onderzoek wil doen in het kader van monitoring en evaluatie, werkt de vergunninghouder mee en verzendt hij de enquête naar zijn gebruikers. IV. De vergunninghouder verstrekt gegevens aan de gemeente via door het CROW opgestelde Dashboard Deelmobiliteit. V. De vergunninghouder levert twee keer per jaar een rapportage, over de in lid 1b.III vastgestelde data, aan de gemeente met betrekking tot de daaraan voorafgaande maanden. De ruwe data dient ten minste aangeleverd te worden in bestandformats als Excel en/of CSV. De geanonimiseerde data kunnen gedeeld worden met de gemeenteraad. VI. De vergunninghouder moet op het gebied van databeheer, verwerking en opslag (security/beveiliging) en privacy aan alle wet- en regelgeving voldoen; c. Exploitatie en operatie: I. De vergunninghouder start uiterlijk 3 maanden na ingangsdatum van de vergunning met het exploiteren van deelvoertuigen. Een jaar na de ingangsdatum van de vergunning wordt 100% van het volledig aantal van de aan hem vergunde deelvoertuigen geëxploiteerd; II. De vergunninghouder zorgt ervoor dat het percentage deelvoertuigen dat op enig moment niet aangeboden kan worden omdat deze in reparatie zijn of vervangen moeten worden niet meer dan 10% bedraagt; III. De vergunninghouder zorgt ervoor dat deelvoertuigen efficiënt worden gebruikt en niet langer dan 3 dagen ongebruikt op één locatie staan, tenzij hierover specifieke afspraken zijn gemaakt tussen de vergunninghouder en het college als vergunningverlener, welke afspraken dan als addendum worden toegevoegd aan de verleende vergunning; IV. Indien het college signaleert dat hier kennelijk niet aan wordt voldaan, gaat zij met de vergunninghouder in gesprek om het percentage ongebruikte voertuigen te minimaliseren. V. De vergunninghouder zorgt er voor dat niet méér van zijn deelvoertuigen in de openbare ruimte van de gemeente Alphen aan den Rijn aanwezig zijn dan het aantal deelvoertuigen waarvoor aan hem een vergunning is verleend; VI. De vergunninghouder verwijdert kapotte deelvoertuigen en deelvoertuigen die niet kunnen worden gebruikt van de openbare weg tussen 07:00 uur en 20:00 uur zo snel mogelijk, maar tenminste binnen 24 uur, nadat hij redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid; VII. De vergunninghouder verplaatst of verwijderd een deelvoertuig tussen 07:00 uur en 20:00 uur zo snel mogelijk, maar tenminste binnen 24 uur, al dan niet met hulp van de gebruiker(s), nadat hij redelijkerwijs bekend is dat de volgende situatie zich voordoet: - Het deelvoertuig blokkeert een doorgang, brandgang, blindengeleidenstrook of voetpad; - Het deelvoertuig in een gebied staat waar een verbod geldt. d. Communicatie: I. De vergunninghouder neemt 24 uur per dag vragen en klachten van gebruikers, inwoners of gemeente aan, en registreert en behandelt deze klachten en vragen; II. Alle klachten en vragen over de deelvoertuigen in de openbare ruimte van de gemeente, die bij de gemeente gemeld worden, worden doorgestuurd naar de vergunninghouder. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 7 van deze Nadere regels kan een vergunning worden geweigerd, als niet voldaan kan worden aan één of meer van de in artikel 8, lid 1, van deze Nadere regels genoemde voorschriften en hiermee één of meer van de in artikel 5:33b van de Verordening genoemde belangen aan de orde zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel