Naar hoofdinhoud
1.. Ter uitvoering van het in artikel 3 van de regeling genoemde belang, dragen de colleges aan het bestuur alle taken over die aan de colleges toekomen op grond van de wetten. 2.. In afwijking van lid 1 behoren het vaststellen en evalueren van beleid op basis van de wetten niet tot de overgedragen taken. 3.. De colleges doen mededeling aan het bestuur van alle relevante informatie die voor de uitvoering van dit artikel van belang is. 4.. De Dienst zal de uitvoering van de in de vorige leden van dit artikel omschreven taken zoveel als mogelijk verrichten met andere instanties die (mede) belast zijn met de uitvoering van de wet- en regelgeving op de terreinen van de sociale zekerheid, maatschappelijke zorg en gesubsidieerde arbeid. 5. . Een college kan bij afzonderlijk delegatiebesluit andere bevoegdheden overdragen aan het bestuur van De Dienst, tenzij de wet of de aard van de bevoegdheid zich tegen die overdracht verzet. 6. . Het college neemt het delegatiebesluit, bedoeld in het vijfde lid, niet dan nadat het de raad van de betreffende gemeente in de gelegenheid heeft gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college bekend te maken. De gemeenteraad heeft acht weken de tijd om zijn wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken. De termijn loopt vanaf de dag nadat het college het ontwerpbesluit aan de raad aanbiedt. In spoedeisende gevallen kan dit lid buiten toepassing worden gelaten. De raden worden zo spoedig mogelijk over het delegatiebesluit in kennis gesteld. 7. . Het delegatiebesluit, bedoeld in het vijfde lid, wordt overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 Bekendmakingswet bekendgemaakt en onverwijld toegezonden aan het bestuur van De Dienst. 8. . Het bepaalde in het vijfde tot en met het zevende lid is van overeenkomstige toepassing op de intrekking of wijziging van het delegatiebesluit, bedoeld in het vijfde lid, onverminderd het bepaalde in artikel 10:18 van de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel