Naar hoofdinhoud
1.. Het bestuur wordt gevormd door leden van de colleges. Elk college wijst uit zijn midden één lid aan tijdens de eerste vergadering van de collegeperiode. 2.. De leden worden aangewezen voor het tijdvak dat gelijk is aan de zittingsperiode van het betreffende college. 3.. Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met het bestaan van een verbintenis op grond waarvan iemand tegen betaling werkzaamheden verricht voor een deelnemende gemeente of de Dienst, anders dan voor de werkzaamheden als lid van het college of het bestuur. 4.. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt dit mee aan het college dat hem heeft aangewezen en aan het Bestuur. 5.. Een lid van het bestuur kan door het college, dat dit lid heeft aangewezen, als lid van het bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit. 6.. In een situatie als bedoeld in lid 4 blijft het lid de functie waarnemen totdat een opvolger is aangewezen. 7.. Indien tussentijds een vacature in het bestuur ontstaat, wijst het betreffende college binnen één maand een nieuw lid aan. 8.. Het bestuur kan adviseurs aan zijn vergaderingen laten deelnemen.

Rechtspraak bij dit artikel