Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIII

Artikel 8.14

Omgevingsvergunning gemeentelijk monument

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Maashorst

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of de monumentale waarden van het gemeentelijk monument in gevaar worden gebracht. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op: de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is. 3.. Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor een gemeentelijke monument aan de Monumentencommissie voor advies. Binnen vier weken na verzending van de adviesaanvraag brengt de Monumentencommissie schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg in de omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid nadere voorschriften of beperkingen stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan het gemeentelijk monument. Deze voorschriften of beperkingen kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere gegevens van de aanvrager verlangen, waaronder de resultaten van een bouwhistorisch onderzoek, een cultuurhistorisch onderzoek of een nadere omschrijving/bestek van de werkzaamheden.

Rechtspraak bij dit artikel