Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.5.

Maatwerkvoorziening in de woning

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

Onder maatwerk in en voor de woning wordt verstaan: maatwerk dat verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een persoon met beperkingen bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt. Bij ingrepen van bouwkundige- of woontechnische aard in of aan de woonruimte wordt maatwerk toegekend als dit gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen of het een uitraasruimte betreft. Een woonruimte is: een woning, met uitzondering van kamers die zelfstandig verhuurd worden; een woonwagen op een standplaats als bedoeld in de Woning- en Huisvestingswet; een woonschip op een ligplaats: zijnde een woonschip en een ligplaats als bedoeld in de Huisvestingswet; een verblijf in een binnenschip. 4.5.1. Mogelijkheden Starterslening en Verzilverlening De Verzilverlening is bedoeld voor inwoners vanaf 57 jaar die een deel van de overwaarde van hun huis willen inzetten om een lening af te sluiten. De rente en aflossing van de lening hoeven pas na de verkoop van het huis te worden betaald. De woonlasten voor de huiseigenaar blijven gedurende de bewoning van het huis ongewijzigd. Deze regeling moet langer zelfstandig thuis wonen stimuleren. De Starterslening is bedoeld voor een eerste koophuis. Met deze lening kan het verschil tussen de prijs van het huis dat men wil kopen (inclusief bijkomende kosten) en het bedrag dat maximaal geleend worden overbrugd. De Starterslening is altijd een aanvulling op een normale hypotheek. Voor een volledige beschrijving en voorwaarden van de starterslening zie de Verordening Starterslening gemeente Meppel 2019. Voor een volledige beschrijving en voorwaarden van de Verzilverlening zie de Verordening Verzilverlening gemeente Meppel 2019. 4.5.2. Afwijzingsgronden maatwerk in de woning Er zijn meerdere gronden waarop een aanvraag voor maatwerk in de woning kan worden afgewezen, naast de algemene afwijzingsgronden. Deze afwijzingsgronden zijn de volgende: De noodzaak tot het treffen van maatwerk in de woning is het gevolg van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke medische reden was; De aanvrager is niet verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; Het maatwerk in de woning wordt aangevraagd op een moment dat op gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat dit noodzakelijk zou zijn en er is geen sprake van een onverwacht optredende noodzaak; De ondervonden ergonomische belemmeringen in de woning vloeien voort uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of uit de slechte staat van onderhoud van de woning; De aanvrager: gaat van een onzelfstandige woonruimte naar een zelfstandig te bewonen ruimte, is verhuisd vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, is verhuisd naar een Wlz-instelling of een andere instelling gericht op zorg, of heeft in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning ondervonden; De aanvrager bewoont zijn huidige woonruimte zonder recht of titel; De woonruimte is niet bestemd voor permanente bewoning; Er wordt geen maatwerk voor de woning verstrekt in gemeenschappelijke ruimten van woongebouwen voor ouderen of gehandicapten of voorzieningen die in dergelijke gebouwen, ook in de wooneenheden, bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen worden meegenomen; Als de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat het college een besluit op de aanvraag heeft genomen; Als de aanvrager op het moment van de aanvraag de beschikking heeft over een onzelfstandige woonruimte; Indien er sprake is van een verhuizing op grond van sociaal-medische redenen, zoals de afstand tot voorzieningen, het niet meer kunnen onderhouden van de tuin, het feit dat het huis te groot is nu de kinderen de deur uit zijn; Indien de noodzaak tot verhuizen een gevolg is van zorgafhankelijkheid zoals bij beginnende dementie met een goede lichamelijke gesteldheid; Indien het gaat om zeer jonge kinderen < 3 jaar. Omdat er in het geval van kinderen onder de drie jaar, normaal gesproken, nog geen sprake kan zijn van medische problemen waardoor het kind belemmerd wordt in het normale gebruik van de woning. Het is immers algemeen gebruikelijk dat een kind van die leeftijd in huis door de ouders geholpen wordt met trap opdragen, helpen met douchen, in bad tillen etc.; De voor dat doel aangewende en verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van sloop dan wel ingrijpende renovatie van de woning. 4.5.3. Nieuwbouw (meerkosten aanpasbaar bouwen) Het is mogelijk dat bij het bouwen van een woning rekening wordt gehouden met “aangepast” bouwen bijvoorbeeld al een slaapkamer op de begane grond. Ook kan worden gekozen voor het bouwen van een nieuwe woning omdat adequaat functioneren in de oude woning niet meer mogelijk is. In sommige gevallen kost het aanpasbaar of aangepast bouwen meer dan het bouwen van een 'reguliere' woning. Deze meerkosten kunnen in aanmerking komen voor vergoeding indien: de aanpassingen nog niet gebouwd of aangebracht zijn; de aanpassingen door de medisch adviseur geïndiceerd zijn; het daadwerkelijk om méérkosten gaat; het aanpassingen betreft die nu of binnen één jaar noodzakelijk zijn. Dus er wordt geen Wmo-vergoeding gegeven als iemand uit voorzorg een huis ‘aanpasbaar’ bouwt; de aanpassingen of nieuwbouw de adequate oplossing biedt die niet duurder is dan nodig voor het opheffen of verminderen van de belemmeringen die de inwoner ondervindt. 4.5.4. Kosten van maatwerk in de woning De volgende kosten kunnen bij maatwerk in de woning in aanmerking worden genomen: de aanneemsom(men), hierin begrepen de loon- en materiaalkosten voor het treffen van de aanpassing; de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de aanpassing moet worden ingeschakeld, worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal ingrijpende aanpassingen aan de woning; de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor de bouwvergunningen, voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de aanpassing; de verschuldigde en niet-verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen; de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel kan worden gebouwd; de door de gemeente, schriftelijk, goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; noodzakelijke constructeurskosten en adviseurskosten; de kosten van (her)aansluiting op de openbare nutsvoorziening. 4.5.5. Maatwerk verhuiskosten Als iemand zich meldt met het verzoek voor maatwerk in de woning moet de vraag zijn: wat is het probleem, hoe kan het probleem opgelost worden en wat kan de burger zelf doen om dat voor elkaar te krijgen? Als de beste oplossing is verhuizen, maar de inwoner kan de verhuizing niet bekostigen, dan kan er voor de verhuiskosten maatwerk worden geleverd. Er moet inzicht zijn in de verhuiskosten. Geen woning / huishouden is immers precies hetzelfde. Bij het bepalen van de verhuiskosten spelen de volgende zaken een rol: Het aantal spullen dat verhuisd moet worden; De afstand naar de nieuwe woning; Montage en/of demontage werkzaamheden; Noodzakelijkheid van een verhuislift. Zowel voor het verstrekken van dit maatwerk in natura, als het bepalen van de PGB worden verschillende offertes opgevraagd. 4.5.6. Voorwaarden woningsanering Om in aanmerking te komen voor woningsanering moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: de noodzaak tot woningsanering, vanwege klachten als COPD en / of Astma in verband met een allergie voor huisstof of huisstofmijt, is vastgesteld; bij de aanschaf van de huidige vloer- en raambedekking was geen sprake van een toekomstige noodzaak tot woningsanering; de woning is niet eerder gesaneerd op grond van de Wmo of andere wet- en regelgeving; de woningsanering is aangevraagd binnen één jaar nadat voor de eerste maal een allergie voor huisstof of huisstofmijt is vastgesteld; er is sprake van een acute noodsituatie van de woningsanering, met een daarbij behorende afschrijvingstermijn; Bij de aanschaf van nieuwe materialen is het van belang dat deze adequaat zijn en niet duurder dan strikt noodzakelijk met name in relatie tot het ziektebeeld van belanghebbende; bij verhuizing wordt geen vergoeding voor woningsanering gegeven omdat bij verhuizing de woning opnieuw wordt ingericht. Dit is algemeen gebruikelijk. Bij de inrichting kan rekening gehouden worden met de medisch noodzakelijke inrichting; Vervanging van de bedekking geldt voor de woonkamer en de kamer van de betrokkene; Alleen indien daartoe in de medische rapportage van een CARA verpleegkundige, een expliciete noodzaak voor wordt aangegeven kunnen ook andere ruimte voor aanpassing in aanmerking komen. 4.5.7. De hoogte van de vergoeding Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding van vloer- en raambedekking wordt de norm van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) aangehouden. Als prijzen hierin niet voorkomen dan wordt een marktconforme prijs gehanteerd. Een vergoeding wordt alleen verstrekt in die gevallen dat de betreffende te vervangen stoffering nog niet is afgeschreven. Als een artikel is afgeschreven, vaak na 8 jaar, wordt geen maatwerkvoorziening toegekend. Hierbij wordt voor de hoogte van de vergoeding als volgt rekening gehouden met de verlopen afschrijvingsperiode. De vergoeding bedraagt een percentage van de kosten, afhankelijk van de afschrijvingsperiode: 100% als het artikel nieuwer is dan twee jaar; 75% als het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; 50% als het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; 25% als het artikel tussen de zes en acht jaar oud is. Als het artikel acht jaar of ouder is, wordt geen maatwerkvoorziening toegekend. 4.5.8. Terugbetaling bij verkoop, Anti-speculatiebeding De eigenaar / bewoner, die maatwerk in de woning heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning en die binnen een periode van tien jaar na de datum van gereed melding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een week na het passeren van de akte het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan moet worden terugbetaald. Bij verschil van mening tussen de gemeente en de woningeigenaar over de juiste vaststelling van de meerwaarde, wordt door de gemeente en de woningeigenaar een objectieve externe deskundige aangewezen die daarover een rapport opstelt. De kosten van het onderzoek worden verdeeld tussen de gemeente en de woningeigenaar.

Rechtspraak bij dit artikel