Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.6.

Maatwerkvoorziening vervoer

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

De Wmo heeft tot doel om cliënten te laten participeren in de samenleving. In het kader van participatie en zelfredzaamheid van cliënten speelt het vervoer een belangrijke rol. Voor het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer en voor het verrichten van algemeen dagelijkse levensverrichtingen zijn vaak verplaatsingen op de korte, maar ook op de langere afstanden noodzakelijk. Vervoer wordt als zodanig nadrukkelijk genoemd in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015. Vervoer draagt bij aan het zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen in de eigen omgeving. Het resultaat van een eventuele maatwerkvoorziening is dat een cliënt voldoende zelfredzaam is en in staat is te participeren. 4.6.1 Voorwaarden om je lokaal te kunnen verplaatsen per vervoermiddel Om in aanmerking te komen voor maatwerk in het vervoer moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: Er kan geen gebruik worden gemaakt van het reguliere openbaar vervoer, stadsbus, Belbus etc.; Er is geen andere adequate voorziening mogelijk die minder duur is; Er is geen voorliggende voorziening beschikbaar (vergoeding via werkgever of ziektekosten verzekering). 4.6.2 Vervoersbehoefte De afweging of algemene voorzieningen zoals het openbaar vervoer en de Stadsdienst bij ziekte of functiebeperking in de vervoersbehoefte kan voorzien, wordt op grond van de volgende overwegingen gedaan: bereikbaarheid Kan iemand bij de bus of het station komen? Bij de beoordeling van de medische noodzaak wordt in ieder geval het algemeen beoordelingscriterium gehanteerd. Algemeen beoordelingscriterium is daarbij de vraag of de aanvrager in redelijkheid zelfstandig een afstand van 800 meter lopend kan afleggen, al dan niet gebruikmakend van loophulpmiddelen als een wandelstok of een rollator. toegankelijkheid Kan iemand al of niet met hulp gebruik maken van het reguliere openbaar vervoer? bruikbaarheid Is het vervoermiddel te gebruiken: kun je zitten, hoe is het zitcomfort, kan de opstap worden gemaakt enz. 4.6.3 Kilometers Maatwerk in het vervoer moet de aanvrager de mogelijkheid bieden om maximaal 2.000 km per jaar te kunnen afleggen. Alle bovenregionale vervoersdoelen vallen buiten de reikwijdte van de Wmo. Het landelijk ketenvervoerssysteem Valys voor bovenregionaal vervoer is te beschouwen als een aanvulling op het vervoer geregeld door de gemeenten in het kader van de Wmo. 4.6.4 Collectief vraagafhankelijk Vervoer Voor gebruik van de Regiotaxi met een Wmo-vervoerspas wordt een reizigersbijdrage gevraagd per rit volgens de afspraken die gemaakt zijn tussen de vervoerder en de gemeenten die participeren in het contract voor Zuidwest-Drenthe. Er wordt maximaal 2000 km per jaar toegekend. Er kan tot maximaal 25 km vanaf de woning gebruik worden gemaakt met een Wmo-vervoerspas. Huisdieren mogen niet meegenomen worden in de taxi’s die het collectief vervoer uitvoeren, in verband met mogelijke allergieën van andere passagiers. Een assistentiehond is wel toegestaan. Dit is een hond die speciaal getraind is om mensen met een handicap te helpen. Er zijn drie soorten assistentiehonden: Geleidehonden voor de blinden en visueel beperkten; Signaalhonden voor de doven en slechthorenden; ADL-honden of hulphonden voor mensen met een lichamelijke beperking. 4.6.5 Vergoeding voor individueel vervoer Indien een persoon met beperkingen in aanmerking komt voor maatwerk in het vervoer in het kader van de Wmo en hij als gevolg van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief (aanvullend) vervoer, kan aan hem een gemaximeerde vergoeding worden verstrekt voor het gebruik van een individuele (rolstoel)taxi. Om redenen van medische, psychische en/of sociale aard kan het collectief vervoer voor bepaalde mensen met een beperking geen adequate oplossing voor het vervoersprobleem bieden. Hiermee wordt bedoeld dat het collectief vervoer waarschijnlijk, afhankelijk van het soort systeem en het gebruikte materiaal minder geschikt is voor bijvoorbeeld: personen die tijdens de rit gebruik moeten maken van bepaalde hulpmiddelen en deze hulpmiddelen niet mee kunnen nemen; personen die vanwege ernstige maag-darm-blaasstoornissen te kampen hebben of van niet op te vangen incontinentie; personen die ernstige benauwdheid ondervinden als gevolg van bijvoorbeeld allergie, CARA, longemfyseem waardoor reizen met anderen onmogelijk is; situaties in verband met privacygevoelige zaken die een extreme schaamte of gêne tot gevolg hebben voor de inwoner. Voor de vergoeding voor individueel vervoer wordt een PGB-budget vastgesteld. Hiervan kan de inwoner gebruik maken op grond van het trekkingsrecht via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). 4.6.6 Hulpmiddelen voor korte afstanden Mensen die vanwege een beperking niet meer dan maximaal circa 100 meter kunnen afleggen en die ook geen gebruik kunnen maken van een fiets of bromfiets hebben in de regel extra verplaatsingskosten voor zeer korte afstanden. Anderen, die nog meer dan 100 meter kunnen lopen of kunnen fietsen, hebben een minder groot of geen vervoersprobleem en ook geen extra kosten voor het afleggen van dergelijke korte afstanden. Indien iemand te kampen heeft met een ernstig beperkte mobiliteit moet voor deze categorie mensen altijd bezien worden of er maatwerk voor deze korte afstand moet worden getroffen. 4.6.6.1 Maatwerk rolstoel De voorwaarden voor een rolstoel: Er kan géén gebruik gemaakt worden van de fiets met extra’s b.v. met hulpmotor en het openbaar vervoer, de staddienst etc.; Er is sprake van ernstige stoornissen in de sta- en loopfunctie; Er is sprake van gebruik betreffende de korte en iets langere afstand om in de dagelijkse noodzakelijke behoeften te kunnen voorzien. Bij de verstrekking van een scootmobiel kunnen ook kosten voor een eventuele stalling en / of oplaadpunt worden vergoed. De vergoeding zal echter nooit hoger zijn dan noodzakelijk voor een goedkoopst adequate voorziening en moet in verhouding staan tot de verstrekking. Voorwaarden handbewogen rolstoel / elektrische rolstoel Om in aanmerking te komen voor een handbewogen rolstoel / elektrische rolstoel dient de persoon met beperkingen aan de volgende voorwaarden te voldoen: Loophulpmiddelen voldoen niet meer; Medische noodzaak voor zittend verplaatsen. De elektrische rolstoel is noodzakelijk indien een handbewogen rolstoel (deels) niet geschikt of toepasbaar is. Voorwaarden voor een handbike of tracker Om in aanmerking te komen voor een handbike of tracker moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: Medische noodzaak voor zittend verplaatsen; Er is sprake van dagelijks gebruik betreffende vooral de korte afstand om in de noodzakelijke vervoersbehoefte te kunnen voorzien. Voorwaarden voor sportrolstoel Om in aanmerking te komen voor een sportrolstoel moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: Indicatie voor een rolstoel; Daarnaast is een sportrolstoel geïndiceerd als men in staat is tot en aantoonbaar in praktijk deel neemt aan een tak van sport. Bijvoorbeeld het lidmaatschap van een sportvereniging; Een offerte voor een sportrolstoel. Naast een sportrolstoel bestaat een zogenaamde actief-rolstoel die zowel voor sport als voor vervoer geschikt is. Indien voor beide doeleinden noodzakelijk wordt deze in bruikleen verstrekt. De voorziening wordt verstrekt voor de minimale duur van 3 jaar. 4.6.2 Scootmobiel en andere verplaatsingsmiddelen In de gemeente Meppel gaan wij standaard uit van een scootmobiel die maximaal 15 kilometer per uur rijdt. Aangepaste snelheid, vering, besturing en / of andere aanpassingen worden alleen verstrekt als daarvoor een medische noodzaak aanwezig is. Overige verplaatsingsmiddelen, zoals vier- / driewielfietsen, handbikes, kunnen verstrekt worden als met deze vervoersvoorzieningen een substantieel deel van de bestemmingen in het kader van het leven van alledag bereikt kan worden. 4.6.6.3 Hulpmiddelen en de overgang naar de Wlz Per 1 januari 2020 vallen mobiliteitshulpmiddelen als een rolstoel, scootmobiel en driewielfiets voor Wlz-cliënten in een instelling onder de Wlz. Inwoner in zorginstelling en heeft een nieuwe melding voor hulpmiddelen? Zorgkantoren leveren de mobiliteitshulpmiddelen en zorginstelling is verantwoordelijk voor hulpmiddelen voor zorg en wonen voor algemeen gebruik. Cliënt in zorginstelling met mobiliteitshulpmiddel van de gemeente? Gemeente blijft verantwoordelijk voor onderhoud en aanpassingen totdat hulpmiddel moet worden vervangen. Cliënt met mobiliteitshulpmiddelen die naar zorginstelling verhuist? Samen met ergotherapeut of fysiotherapeut kan er gekeken worden of het hulpmiddel moet worden vervangen. Zo ja: nieuw hulpmiddel vanuit Wlz. Zo nee: zorgkantoor kan hulpmiddel overnemen van gemeente 4.6.7 Auto aanpassing Aanpassingen van een eigen auto zijn aanpassingen die: medisch / sociaal noodzakelijk zijn; niet algemeen gebruikelijk of standaard ingebouwd zijn en functioneel noodzakelijk voor mensen / kinderen met een handicap. Kosten, gebruik en dergelijke worden niet vergoed deze zijn namelijk algemeen gebruikelijk. Soms zijn aangepaste auto’s tweedehands te koop. In zijn algemeenheid zal dit vaak gaan om rolstoelbussen voor kinderen. Normaliter zou iemand, die wel gebruik kan maken van een rolstoeltaxi, het verschil vergoed kunnen krijgen tussen de rolstoeltaxi en de individuele taxi. De kosten zijn een direct gevolg van de handicap. Bij de aanschaf van een auto wordt als uitgangspunt genomen, dat er een nieuwe of een gebruikte auto wordt gekocht, welke niet ouder is dan drie jaar. Een auto wordt geacht minimaal tien jaar mee te gaan. Er worden geen auto aanpassingen gedaan wanneer de auto niet langer dan 7 jaar kan mee gaan. In deze gevallen betreft het een eenmalige bijdrage in de aanschaf kosten. Zowel voor het verstrekken van dit maatwerk in natura, als het bepalen van de PGB worden verschillende offertes opgevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel