Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.3.

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een PGB

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

De Wmo 2015 stelt de volgende wettelijke eisen aan het verstrekken van een PGB: de inwoner kan de aan het PGB verbonden taken uitvoeren dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn wettelijke vertegenwoordiger; de inwoner stelt zich gemotiveerd op het standpunt dat hij het maatwerk als PGB wenst te ontvangen; het betreffende maatwerk is veilig, doeltreffend en klantgericht. Het college verstrekt geen PGB voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. Het college verstrekt geen PGB als de cliënt de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken uitvoert met hulp van de betrokken formele ondersteuner, diens personeel of op een andere wijze aan de ondersteuner verbonden persoon, kan het college een persoonsgebonden budget in beginsel weigeren op grond van belangenverstrengeling. Indien er sprake is van ondersteuning door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk en die persoon is tevens de vertegenwoordiger van de cliënt bij het uitoefenen van de aan een PGB verbonden taken, zal nadrukkelijk worden onderzocht of er geen sprake is van belangenverstrengeling. Het PGB is immers geen inkomensondersteuning maar dient ter compensatie van de beperkingen die de cliënt ondervindt in zijn zelfredzaamheid en participatie. Dit sluit niet uit dat het soms in het belang in van de inwoner of om een andere reden te kiezen voor een verstrekking in PGB. Inwoners kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder hoger is dan het door het college voorgestelde aanbod. Het college kan het PGB voor maatwerk (zoals een scootmobiel of een rolstoel) toekennen ter hoogte van het bedrag van de goedkoopst adequate voorziening in natura. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen doordat de gemeente vanwege inkoopvoordelen maatwerkvoorzieningen goedkoper kan leveren dan wanneer iemand zelf ondersteuning inkoopt met een PGB. 5.3.1 Bekwaamheid van de aanvrager Overwegende bezwaren zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de inwoner problemen zal hebben met het omgaan met een PGB. De situaties waarbij het risico groot is dat het PGB niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn: de inwoner handelingsonbekwaam is; als iemand onder bewind staat is het geen automatisme dat er geen PGB vertrekt kan worden. Er mag pas een PGB overeenkomst aangegaan worden met de onder bewind gestelde met toestemming van de bewindvoerder. de inwoner heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie; er sprake van verslavingsproblematiek is; er eerder misbruik gemaakt is van het PGB; eerder sprake is geweest van fraude. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. In deze situaties kan een PGB worden geweigerd. Om een PGB af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. 5.3.2 Gemotiveerd plan Het maatwerk in de vorm van een PGB wordt alleen verstrekt als de inwoner dit gemotiveerd, aan de hand van een opgesteld plan vraagt. Uit het persoonlijk plan dat een de inwoner opstelt, moet tenminste blijken: waarom de inwoner een PGB wil (motivering); hoe de ondersteuning veilig, doeltreffend en klantgericht wordt ingericht (kwaliteit); van wie hij de ondersteuning wil inkopen (professionals of mensen uit het eigen netwerk); hoe de cliënt de achtervang bij vakantie en ziekte regelt (bij inzet sociaal netwerk); Wie toeziet op de geleverde zorg en het verantwoord besteden van het budget. Het persoonlijk plan maakt de kwalitatieve verantwoording van het PGB inzichtelijk, als concreet vastgelegd is bij wie er zorg ingekocht gaat worden. Door het opstellen van een persoonlijk plan wordt de inwoner gestimuleerd na te denken over zijn zorgvraag, deze uit te werken en te concretiseren, en tevens het doelbereik en daarmee de kwaliteit van de zorg te evalueren. 5.3.3 Kwaliteit van dienstverlening De kwaliteit van de dienstverlening die ingezet wordt door een PGB moet van vergelijkbare kwaliteit zijn als de dienstverlening van zorg in natura, zie “Drents Kwaliteitskader Sociaal Domein 2018”. In het gemotiveerd plan dient aangetoond te worden op welke wijze deze kwaliteit geborgd is.

Rechtspraak bij dit artikel