In de Wmo 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten PGB’s uitbetalen in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het PGB niet op de bankrekening van de inwoner stort, maar op rekening van het servicecentrum PGB van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
De SVB moet in het bezit zijn van een zorgovereenkomst en deze moet zijn geaccordeerd door de gemeente. De inwoner laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. De niet bestede PGB bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. De eenmalige PGB’s (voor bijvoorbeeld een hulpmiddel) worden door de gemeente betaald en lopen niet via de SVB.
5.4.1. Inkoop van ondersteuning, begeleiding, respijtzorg
Wanneer de inwoner erin slaagt de ondersteuning, begeleiding, en /of respijtzorg goedkoper in te kopen via het PGB zodat er geld overblijft, dan mag dat geld wel gebruikt worden om meer uren, van hetzelfde maatwerk, in te kopen. De inwoner hoeft dan na afloop van de verantwoordingsperiode niets terug te betalen.