6.1 Schoon en leefbaar huis
Wij werken met “het resultaat schoon en leefbaar huis”. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. We baseren de inzet op het Normenkader Huishoudelijke ondersteuning 2019 bureau HHM (zie bijlage 2). Bij de beoordeling van de noodzaak en het aantal uren hulp bij het huishouden wordt uitgegaan van de specifieke persoonskenmerken van de inwoner, zijn situatie met huisgenoten en sociale omgeving
6.2 De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft
De inwoner moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van hulp bij het huishouden.
6.3 De mogelijkheid om voor bijzondere situaties af te wijken van het normenkader
Wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. Dit zijn bijvoorbeeld een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren, het klaarzetten van maaltijden en beschikken over schone kleding. Het college moet altijd kunnen aantonen dat rekening gehouden is met de specifieke persoonskenmerken van de inwoner.
6.4 Vormen van hulp bij het huishouden
Er zijn twee typen huishoudelijke hulp (HH):
Huishoudelijk hulp 1 (HH1); hierbij ligt de nadruk op het overnemen van huishoudelijke taken (schoonmaken waarbij de inwoner zelf kan aangeven wat er moet gebeuren).
Huishoudelijke hulp 2 (HH2); hierbij ligt de nadruk op de regiefunctie. Dit type hulp is voor mensen die zelf niet goed kunnen aangeven wat precies schoongemaakt moet worden of moeite hebben bij het organiseren van het huishouden.
Een uitgebreide toelichting van deze twee is zijn te vinden op de website van inkoopbureau Utrechtwest: https://inkooputrechtwest.nl/inkoop/overeenkomst-huishoudelijke-hulp-2019/
6.5 Soort woning
Bij kamerverhuur wordt de verhuurder van de betreffende ruimte niet als een huisgenoot gezien van wie gebruikelijke hulp wordt verwacht. Dat er sprake is van kamerhuur moet met een huurovereenkomst worden aangetoond. Als mensen zelfstandig samenwonen op één adres en gemeenschappelijke ruimte delen wordt verwacht dat het aandeel in het schoonmaken van de gedeelde ruimtes bij uitval van één van de bewoners wordt overgenomen door een andere bewoner. Hulp bij het huishouden wordt dan alleen geleverd aan de woonruimte van cliënt en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimte. Hierbij kan worden gedacht aan woongroepen of vormen van beschermd wonen of meerdere generaties in één huis. In vakantiewoningen, tweede woningen, hotels/pensions, kamerhuur wordt in beginsel geen HH verstrekt. Aangezien een vakantie doorgaans van korte duur is, is er sprake van uitstelbare taken of kan schoonmaak bij de verhuurder worden ingekocht.
6.6 Gebruikelijke hulp
Indien de cliënt huisgenoten heeft (partner, kind, familielid) die wel in staat zijn huishoudelijk werk te verrichten, komt men niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening. Dit wordt gebruikelijke hulp genoemd. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter en hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, (drukke) werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden.
Iedere volwassene wordt geacht ook naast een (drukke) baan of gezin een huishouden te voeren. Jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar worden geacht een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Vanaf 23 jaar wordt iemand geacht een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren. Van kinderen in de leeftijd tussen 12 en 18 jaar wordt verwacht dat zij hun eigen kamer schoonhouden en een bijdrage leveren in de gezamenlijke ruimten. Zij kunnen licht huishoudelijke taken uitvoeren, zoals tafel afruimen, afwassen, kleding in de wasmand doen, kleine boodschappen doen. Voor huisgenoten die aangeven geen huishoudelijke taken over te kunnen nemen omdat ze niet weten hoe dit moet en dit nog nooit hebben gedaan, kan korte tijd HH als maatwerkvoorziening worden ingezet om de huisgenoot de vaardigheden aan te leren.
6.7 Overbelasting
Wanneer een huisgenoot overbelast blijkt te zijn door de zorg voor de cliënt, kan tijdelijk HH als maatwerkvoorziening worden ingezet. HH kan ook verstrekt worden bij dreigende overbelasting, indien dit vastgesteld is door een medisch adviseur. In het ondersteuningsplan wordt aangegeven, eventueel met ondersteuning van onafhankelijke cliëntondersteuning, welke mogelijkheden er zijn om de overbelasting te verminderen. Hierdoor kunnen op den duur de huishoudelijke taken weer door de huisgenoten worden overgenomen.
6.8 Voortzetten hulp na overlijden huisgenoot
Wanneer de cliënt overlijdt en een huisgenoot die een ondersteuningsbehoefte heeft achterblijft, zal HH gedurende 4 weken na de datum van overlijden worden voortgezet. Zo heeft de achterblijvende huisgenoot 4 weken de tijd om de hulp op een andere manier te organiseren en/of de (veranderde) maatwerkvoorziening op zijn/haar naam te kunnen laten zetten.
6.9 Pgb tarief hulp bij het huishouden
De hoogte van een pgb voor hulp bij het huishouden professioneel is 75% van het ZIN tarief.
De hoogte van een pgb voor hulp bij het huishouden sociaal netwerk is € 15,- per uur
Er wordt hierbij uitgegaan van de tarieven, zoals die zijn overeengekomen in de contracten voor zorg in natura. De tarieven voor hulp bij het huishouden zijn te vinden op de volgende website: https://inkooputrechtwest.nl/inkoop/tarieven-en-productcodelijsten/
6.10 Financiële zelfredzaamheid
Bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden worden bij de beoordeling van de eigen kracht de financiële mogelijkheden meegewogen. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat een inwoner financieel daadkrachtig is om de voorziening te kunnen bekostigen dan wordt dit in principe als een oplossing gezien voor de ondersteuningsbehoefte in eigen kracht.
Er vindt geen onderzoek plaats op een melding hulp bij huishouden wanneer de inwoner niet zijn meest recente belastingaangifte of aanslag inkomensbelasting toont. Na de melding heeft de inwoner drie (3) weken de tijd om de belastingaangifte of aanslag inkomensbelasting in te leveren zodat het gezinsinkomen kan worden vastgesteld. Na ontvangst van de genoemde bewijsstukken zal het verdere onderzoek gaan plaatsvinden.
Bij het verdere onderzoek wordt rekening gehouden met alle omstandigheden, mogelijkheden en beperkingen van de inwoner.
De gemeente Oudewater gaat uit van twee inkomensgrenzen:
Niet AOW-gerechtigden
AOW-gerechtigden
2022
Bruto inkomen
Wettelijk minimumloon
150% wettelijk minimumloon
200% wettelijk
minimumloon
AOW-gerechtigd
Niet AOW- gerechtigd
Maand
€ 1.725
€ 2.587,5
€ 3.450
Jaar
€ 20.700
€ 31.050
€ 41.400
Er zijn omstandigheden waarbij een inwoner een inkomen heeft dat hoger is dan 150% of 200% van het bruto wettelijk minimumloon en dat er toch aanspraak kan zijn op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Uitgangspunt is dan het feitelijk besteedbaar inkomen. Bij het bepalen van het feitelijk besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met de hoogte en aflossingen voor hypotheekschulden en/of studieschuld. Voorbeelden waar rekening mee wordt gehouden zijn:
Er is beslag gelegd op het (gezins)inkomen.
Er is sprake van een problematische schuldensituatie bijvoorbeeld door een traject in de Wet schuldsanering natuurlijke personen.
Er is sprake van persoonlijke onvermijdbare kosten waardoor de draagkracht afneemt (bijvoorbeeld reiskosten woon-/werkverkeer die buiten de vergoeding van de werkgever vallen).
Er is sprake van chronische ziekte of beperking waardoor er ook sprake is van andere, aantoonbare hoge kosten waar geen vergoeding voor wordt ontvangen.”