7.1 Noodzaak
Het gaat hier om het zich verplaatsen in en om de woning, waarbij de cliënt voor het dagelijks zittend verplaatsen is aangewezen op een rolstoel. Er kan rekening gehouden worden met mantelzorgers. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat als een mantelzorger niet in staat is de rolstoel in alle omstandigheden te duwen, er een ondersteunende motorvoorziening verschaft kan worden.
Zichzelf kunnen verplaatsen in alle levensdomeinen is essentieel bij zelfredzaamheid en participatie. Sommige mensen hebben hier een hulpmiddel bij nodig.
Het college onderscheidt de volgende rolstoelvoorzieningen:
handmatig voortbewogen rolstoel;
elektrisch voortbewogen rolstoel;
aanpassingen aan de rolstoel.
Met aanpassingen wordt bedoeld; extra onderdelen die niet standaard op een rolstoel zitten, maar wel noodzakelijk zijn voor de cliënt. Accessoires zoals een boodschappenmand en een extra spiegel zijn doorgaans niet noodzakelijk, maar wenselijk en worden daarom niet vergoed. Voor rolstoelen geldt dat voor kortdurend gebruik een beroep kan worden gedaan op de uitleenservice. Bewoners van een instelling kunnen voor een rolstoel op maat gebruik maken van de Wlz. De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor het verplaatsen in en rond de woning.
7.2 Zorg in natura of eenmalige pgb
Een rolstoel kan door het college verstrekt worden in ZIN of in pgb. Bij verstrekking in ZIN vallen alle kosten van onderhoud en verzekering onder de verstrekking. Bij een verstrekking in pgb wordt de rolstoel die cliënt zou hebben gekregen als voorziening in natura als uitgangspunt genomen.