Deze regeling kan door de colleges en de burgemeesters van de gemeenten worden gewijzigd, nadat zij hiertoe onderling overeenstemming hebben bereikt.
De colleges en de burgemeesters van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij hun raden in de gelegenheid hebben gesteld daarover zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet.
Een wijziging van de centrumregeling is tot stand gekomen wanneer de colleges en de burgemeesters van de gemeenten op de wijze als vermeld in het tweede lid hiermee hebben ingestemd.
De wijziging van de regeling treedt in werking op de dag nadat de wijziging is gepubliceerd overeenkomsig artikel 26 van de Wet en is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 136 van de Wet.
Hoofdstuk 4
Artikel 15