Naar hoofdinhoud
Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges en de burgemeesters van de gemeenten. Een besluit tot opheffing door de colleges en de burgemeesters van de gemeenten wordt niet genomen dan nadat zij hun raden in de gelegenheid hebben gesteld daarover een zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet. Indien een besluit tot opheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen. Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid, voorziet in ieder geval in de verplichtingen van de gastgemeente tot deelneming in de financiële en in de personele gevolgen van de opheffing. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid. Het besluit tot opheffing treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar volgnde op het jaar waarin de besluiten zijn genomen, tenzij de colleges en de burgemeesters van de gemeenten daarover anders besluiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel