Het college toetst een aanvraag om een omgevingsvergunning op het belang voor het behoud van de houtopstand en op het belang voor het verwijderen van de houtopstand. Hierbij toetst het college op de criteria ‘waardering’, ‘overlast’, ‘kwaliteit’, en ‘dringende reden’.
Het college toetst voor het criterium ‘waardering’ de volgende aspecten:
onderdeel van een groenstructuur;
leefbaarheid;
ecologische waarde
esthetische waarde;
(potentieel) waardevolle houtopstand;
zeldzaamheid (dendrologische waarde).
Het college toetst voor het criterium ‘kwaliteit’ (levensverwachting) de volgende aspecten:
Goed, > 15 jaar;
Voldoende, tussen 10 en 15 jaar;
Matig, tussen 5 en 10 jaar;
Slecht, < 5 jaar.
Het college toetst voor het criterium ‘overlast’ de volgende aspecten:
lichtreductie of schaduwwerking;
opdruk van verharding door boomwortels.
Schade aan bouwwerken.
In uitzonderlijke gevallen kan het college bij het criterium ‘overlast’ ook op de volgende aspecten toetsen:
vruchten/zaden/bloesem;
allergie;
op of in houtopstanden levende organismen;
gebrek aan uitzicht.
Het college toets voor het criterium ‘overlast’ niet op de volgende aspecten:
bladval (hierbij inbegrepen afvallende naalden, druipen van hars …);
overlast door hogere energiekosten;
overlast door groene aanslag.
Het college toetst voor het criterium ‘dringende reden’ de volgende aspecten:
ruimtelijke ontwikkeling;
bouwplan;
rendementsverlies energie-opwekkers;
sloopmelding;
groot onderhoud.
Toepassing beoordelingsformulier:
Het college kan voor de toetsing van een aanvraag om een omgevingsvergunning bij overlast een beoordelingsformulier toepassen.
Bij een verzoek om een aanvraag omgevingsvergunning bij overlast van een gemeentelijke houtopstand kan het college een beoordelingsformulier toepassen.
Het college beoordeelt de aanvraag om een omgevingsvergunning onder meer aan de hand van de puntenscore voor het behoud van de houtopstand en de puntenscore voor de verwijdering van de houtopstand. De puntenscore vormt samen met de andere wegingskaders in het formulier de basis voor de belangenafweging.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een vastgestelde Boom Effect Analyse (BEA) bij te voegen zoals opgesteld volgens de richtlijn BEA, opgesteld door de landelijke Bomenstichting en CROW. Deze BEA moet conform deze richtlijn worden opgesteld vanaf de initiatieffase als een doorlopend advies.
Het college besluit over de BEA indien er sprake is van een negatieve balans op de houtopstand, en/of als er sprake is van het vellen van een waardevolle houtopstand ongeacht de groenbalans.
Het college mandateert in de overige gevallen de teamlcoach VTH of diens gemanda-teerde plaatsvervanger tot het vaststellen van de BEA.
Indien gewerkt wordt in de nabijheid van te behouden bomen is een boombeschermingsplan ver-plicht. De basis voor dit plan is de poster “boombescherming op bouwlocaties” van de vereni-ging Stadswerk en de Bomenstichting. Het plan dient voorafgaand aan de uitvoering van het werk aan het bevoegd gezag ter goedkeuring te worden voorgelegd.
Artikel 2
Toetsing aanvraag omgevingsvergunning
Onderdeel van Nadere regels bewaren van houtopstanden gemeente Het Hogeland 2022