Een BEA dient te voldoen aan de Richtlijn Bomen Effect Analyse van de Bomenstichting en CROW en bevat minimaal de volgende onderdelen:
Het aantal bomen en de oppervlakte van de houtopstand;
Boomsoort (Nederlandse en wetenschappelijke naam);
Diameter van de stam op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld;
Aangegeven of het een 1e, 2e of 3e grootte betreft;
Kroonprojectie van de boom;
Schaalvaste tekening waarop de ingemeten bomen (met weergave van de kroonprojectie) staan weergegeven;
Unieke boomnummering;
Staat de boom in een vastgestelde groenstructuur;
Verplantbaarheid (nader onderzoek wortelpakket, ligging kabels en leidingen, transport mogelijkheden, nieuwe locatie);
Kwaliteit van de boom: conditie op basis Roloff;
Levensverwachting;
Opdruk van verharding door boomwortels;
Bijzondere karakteristiek van de boom (meerstammig, leiboom, knotboom, gedenkboom etc.)
(potentieel) waardevolle boom;
Herplant mogelijk in het projectgebied of in de directe omgeving (straal 500 meter) van het projectgebied;
Welke alternatieven onderzocht zijn;
Motivering vellen van een houtopstand;
Tekening met daarop de beschermingsmaatregelen voor de te handhaven bomen;
De hoogte van de eventuele financiële compensatie;
Eventuele bijzonderheden.
Een BEA dient door een gecertificeerde ETT-er of boomdeskundige met een gelijkwaardig ken-nisniveau te worden opgesteld.
Artikel 3
Eisen aan een Boom Effect Analyse
Onderdeel van Nadere regels bewaren van houtopstanden gemeente Het Hogeland 2022