Zonder straatverlichting is veilig verkeer bij nacht niet goed mogelijk. Uit oogpunt van verkeersveiligheid geldt als eis dat de weg in de rijrichting goed is te overzien. Ook dienen de verkeersdeelnemers het verloop van de weg en de aanwezigheid van zijwegen te kunnen waarnemen. Vooral bij kruispunten, verkeerspleinen, rotondes en andere complexe situaties is een goed overzicht van groot belang. De eigen verlichting van auto's of fietsen is hiervoor niet toereikend. Daarbij komt dat het 'groot licht' van auto's lang niet altijd kan worden gebruikt vanwege verblinding van tegenliggers.
Openbare verlichting heeft een bewezen gunstige invloed op de verkeersveiligheid. Uit nationaal en internationaal onderzoek blijkt dat het aantal nachtelijke ongevallen met zo'n 25 tot 35 procent daalt door het aanbrengen van openbare verlichting. Anderzijds kunnen lichtmasten bij verkeersongevallen een extra risico vormen. Bij de materiaalkeuze van de armaturen en masten dient hiermee rekening te worden gehouden. Uiteraard geldt dit ook voor de plaatsing van de masten op die locaties waar het mogelijk is dat het verkeer van de weg raakt (bijvoorbeeld bochten).
Een belangrijke doelstelling van de gemeente is de verkeersveiligheid te bevorderen waarbij de bereikbaarheid wordt gewaarborgd en de verkeershinder geminimaliseerd. Dit is vastgelegd in “Verkeersveiligheidplan gemeente Barendrecht” [1996].
Mede met behulp van de openbare verlichting zijn deze doelstellingen te verwezenlijken. Zo wordt er door verschil van toepassing, zoals hoogte, lichtsterkte, kleur en opstelling een duidelijk onderscheid gemaakt in de verkeersaders (stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen) en verblijfsgebieden (erftoegangswegen en verblijfsgebieden, 30 km/u-zones).
De eisen aan de openbare verlichting zijn afhankelijk van het toepassingsgebied. Bij verkeersaders gaat het vooral om:
- - De visuele geleiding van het verkeer (aangeven van het verloop van de weg).
- - Het zichtbaar maken van de wegindeling.
- - Het zichtbaar maken van de weggebruikers.
In verblijfsgebieden gaat het om:
- - Het zichtbaar maken van de directe omgeving.
- - Het zichtbaar maken van de verhardingen, trottoirbanden, oneffenheden en op straat liggende zaken.
- - Het mogelijk maken dat mensen elkaar op redelijke afstand (4 m) herkennen.
- - Het voorkomen van donkere plekken.
- - Het leesbaar maken van straatnamen, huisnummers, e.d.
Winkelstraten, het oude stadscentrum en voetgangersgebieden vallen eveneens onder de verblijfsgebieden. Als de duisternis valt verandert de sfeer in dergelijke gebieden. Straten, pleinen en gebouwen zullen hierdoor een andere uitstraling krijgen. Comfort, welzijn, sfeer en veiligheid krijgen een andere betekenis; deze elementen kunnen door toepassing van goede verlichting gunstig worden beïnvloed. Verlichting bepaalt de stemming, draagt bij aan veiligheid en comfort, beschermt tegen misdaad en vandalisme. Het toepassen van een juist afgestemde verlichting verhoogt de aantrekkelijkheid van deze gebieden en de kwaliteit van het menselijk leefmilieu.
Fietspaden nemen een aparte plaats in. De fietspaden worden bij duisternis, maar vooral gedurende de stillere uren, alleen gebruikt als zij goed zijn verlicht en als de directe omgeving goed is te overzien. Slecht verlichte fietspaden en fietspaden met struikgewas erlangs geven een gevoel van onveiligheid en maken criminaliteit gemakkelijker. De keuze is daarom, of een goed ingericht fietspad met doelmatige verlichting of geen verlichting. In het laatste geval betreft het een toeristisch fietspad dat alleen gebruikt wordt bij daglicht. Fietspaden langs verkeersaders worden gezien als utilitair fietspad en behoren voldoende mee verlicht te zijn door de verlichting van de wegen zelf. Is dit plaatselijk niet het geval omdat het fietspad verder van de weg afligt of zelfs gescheiden is door bijvoorbeeld struiken, dan is er de keuze het fietspad dichter langs de weg te leggen, of het van eigen verlichting te voorzien. De gebruiksvriendelijkheid en de overzichtelijkheid zijn mede bepalend voor de te maken keuze.
Is de weg zelf niet verlicht en is er een goede reden om het fietspad te verlichten, dan zal de weg worden verlicht, waarmee een duidelijke situatie ontstaat en het fietspad vanzelf voldoende licht heeft. Goede redenen kunnen zijn het gebruik van het fietspad (intensiteit) of het aanwezig zijn van belangrijke bestemmingen gelegen aan het fietspad, en in het slechtste geval verhoogde criminaliteit.