Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Waarde - Cultuurhistorie - Uitvoeren werk(zaamheden)

Onderdeel van Beheersverordening Cultuurhistorie

Leeswijzer artikel 5 5.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Cultuurhistorie - Uitvoeren werk(zaamheden)' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behouden, versterken en beschermen van de specifieke waarden van de cultuurhistorische waardevolle objecten met een zeer hoge, hoge of gemiddelde cultuurhistorische waardering zoals beschreven in de cultuurhistorische waardenkaart, b. waaronder begrepen: 1. landschappelijke verkavelingen en patronen; 2. waterstaatkundige structuren, elementen en objecten; 3. infrastructurele elementen, patronen en objecten; 4. opgaand groen; 5. parken en landgoedvijvers; 6. kleiputten; 7. objecten en structuren van de Alphense tankval uit de Tweede Wereldoorlog, met inachtneming van artikel 5.2 Specifieke gebruiksregels en het bepaalde in hoofdstuk 3 en 4 van de planregels. 5.2 Specifieke gebruiksregels 5.2.1 Gebruik in overeenstemming met cultuurhistorische waarden Ingeval van een omgevingsvergunning tot het wijzigen van het gebruik van een bouwwerk in afwijking van de primaire bestemming(en) als bedoeld in artikel 7.1: a. worden de gronden en of bouwwerken gebruikt op een wijze waardoor de aanwezige cultuurhistorische waarden, zoals beschreven in de cultuurhistorische waardenkaart, behouden blijven en b. door de gebruiksactiviteiten dan wel door de daarvan directe of indirecte te verwachten gevolgen de cultuurhistorische waarden, zoals beschreven in de cultuurhistorische waardenkaart, niet onevenredig worden aangetast. 5.2.2 Aanvullende bepalingen a. In aanvulling op artikel 2.4.1 wint het bevoegd gezag advies in door een door hen aan te wijzen ter zake deskundige inzake cultuurhistorie voordat het bevoegd gezag overgaat tot het verlenen van de omgevingsvergunning. b. In aanvulling op artikel 2.4.1 wordt in de belangenafweging bij het verlenen van de omgevingsvergunning aangegeven waarom de omgevingsvergunning bijdraagt aan de cultuurhistorische waarden. c. In aanvulling op artikel 2.4.1 kunnen voorschriften met het oog op de cultuurhistorische waarden verbonden worden aan de omgevingsvergunning. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Vergunningsplichtige werken of werkzaamheden Het is verboden op of in de in artikel 5.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, wijzigen en verharden van wegen en paden en het aanleggen, wijzigen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, verleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; c. het aanbrengen van drainage; d. het verlagen van de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden, waaronder begrepen het vergraven of ontgraven van bestaande kaden, dijken of taluds; e. het aanleggen of aanbrengen van kaden of aanlegplaatsen; f. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; g. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen de aanleg van boomgaarden als kleine landschapselementen; h. het geheel of gedeeltelijk wijzigen, aantasten, vernietigen van waardevolle cultuurhistorische elementen; i. het al dan niet tijdelijk opslaan en/of storten van bouw- en/of afval materialen. 5.3.2 Omgevingsvergunning niet vereist Het in artikel 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud van de gronden; b. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerking treden van deze beheersverordening; c. welke mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of ontgrondingenvergunning; d. welke cultuurhistorisch onderzoek betreffen. 5.3.3 Uitvoeren werken of werkzaamheden bij behoud van cultuurhistorische waarden De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.1 kan worden verleend, mits: a. de cultuurhistorische waarden, zoals beschreven in de cultuurhistorische waardenkaart, behouden blijven en door het uitvoeren van de werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan directe of indirecte te verwachten gevolgen de cultuurhistorische waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de cultuurhistorische waarden niet wezenlijk worden verkleind en b. aanvrager met documentatie het bedoelde onder a gemotiveerd aantoont. 5.3.4 Uitvoeren werken of werkzaamheden bij verstoren of vernietigen cultuurhistorische waarden, uitsluitend bij zwaarwegende belangen De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.1, waarvan aangenomen kan worden dat de cultuurhistorische waarden, zoals beschreven in de cultuurhistorische waardenkaart, worden verstoord dan wel vernietigd, kan uitsluitend worden verleend, mits: a. aanvrager met documentatie gemotiveerd aantoont waarom bijzonder zwaarwegende belangen aanwezig zijn die rechtvaardigen dat de te slopen of te verwijderen cultuurhistorische waarden in redelijkheid niet te handhaven zijn; b. aanvrager met documentatie gemotiveerd aantoont hoe vanuit de cultuurhistorische waarden nieuwe ontwikkelingen worden gerealiseerd, passend binnen de karakteristiek als gebleken uit de cultuurhistorische waardenkaart; c. documentatie plaatsvindt van de te slopen of te verwijderen cultuurhistorische waarden; d. voor bijzondere materiële relicten een duurzaam toekomstperspectief ex situ wordt gewaarborgd. 5.3.5 Aanvullende bepalingen Aanvraag om omgevingsvergunning en de beoordeling daarvan a. In aanvulling op artikel 5.3.3 of 5.3.4 kan het bevoegd gezag aanvrager aanvullend verzoeken tot het indienen van een bouwhistorisch onderzoek of cultuurhistorisch onderzoek, indien onduidelijkheid bestaat over de cultuurhistorische waarden van een bepaald onderdeel in relatie tot het uitvoeren van het werk of werkzaamheden. b. In aanvulling op artikel 5.3.3 of 5.3.4 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning en de beoordeling daarvan de volgende uitgangspunten in acht genomen: 1. behoud, onderhoud en versterken gaan vóór vernieuwen en ontwikkelen; 2. vernieuwen en ontwikkelen geschiedt vanuit en met respect voor de bouwhistorie en/of cultuurhistorische waarden, zoals beschreven in de cultuurhistorische waardenkaart. c. In aanvulling op artikel 5.3.3 of 5.3.4 wint het bevoegd gezag hiertoe advies in door een door hen aan te wijzen ter zake deskundige inzake cultuurhistorie. d. In aanvulling op artikel 5.3.3 of 5.3.4 houdt het bevoegd gezag bij de beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning rekening met het gebruik van het cultuurhistorisch waardevol object waarop de aanvraag betrekking heeft. Verlenen van de omgevingsvergunning e. In aanvulling op artikel 5.3.3 of 5.3.4 wordt bij het verlenen van de omgevingsvergunning in de belangenafweging aangegeven waarom: 1. bijgedragen wordt aan de cultuurhistorische waarden dan wel dat 2. het verantwoord is de cultuurhistorische waarden te verstoren of te vernietigen, waarbij aanvullend wordt gemotiveerd hoe aanvrager vanuit de cultuurhistorische waarden nieuwe ontwikkelingen realiseert die bijdragen aan het behoud of ontwikkeling van de specifieke cultuurhistorische waarden; f. In aanvulling op artikel 5.3.3 of 5.3.4 kunnen voorschriften met het oog op de cultuurhistorische waarden aan de omgevingsvergunning worden verbonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel