Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.

Artikel 15

- Afzien van (verdere) invordering bij schuldregeling

Onderdeel van Beleidsregels Handhaving, Participatiewet, IOAW,IOAZ en Bbz 2021

1.. Door het college kan medewerking worden verleend aan een schuldregeling mits: redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en de vordering van de gemeente ten minste naar evenredigheid zal worden voldaan met de vorderingen van de schuldeisers, en het verzoek tot medewerking aan een schuldsanering/bemiddeling wordt ingediend door een bij de Nederlandse Vereniging Voor Volkskrediet (hierna: NVVK) aangesloten schuldbemiddelingsorganisatie; en door de schuldregeling voor de klant perspectief voor de toekomst ontstaat; en de klant de afgelopen periode van minimaal twee jaar een duidelijke gedragsverandering heeft getoond; en de klant zelf duidelijk initiatief heeft genomen. 2.. Vorderingen in het kader van artikel 58, lid 1 Participatiewet die niet het gevolg zijn van opzet of grove schuld, kunnen wel worden meegenomen in een minnelijke schuldregeling. 3.. Het besluit tot het (gedeeltelijk) afzien van terugvordering of het (gedeeltelijk) afzien van verdere terugvordering treedt in werking, nadat voldaan is aan hetgeen genoemd is onder het eerste lid van dit artikel. 4.. Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van (verdere) terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd indien: niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen en dit de schuldenaar is te verwijten; of de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel