**1..** Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
Hoofdverblijf: bij de vaststelling waar iemand zijn hoofdverblijf heeft is de feitelijke situatie bepalend, niet de inschrijving in het BRP of het hebben van een (huur)woning op een ander adres dan het adres waar iemand hoofdzakelijk verblijft.
Zorgdragen voor elkaar door het leveren van een bijdrage in de kosten van het huishouden dan wel anderszins, kan onder andere blijken uit het leveren van een financiële bijdrage in de vaste lasten, de boodschappen, en incidentele kosten, dan wel andere wederzijdse zorg.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Gezamenlijke huishouding
Onderdeel van Nadere regels met betrekking tot de kennismakingsperiode gemeente Amsterdam