Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Kennismakingsperiode

Onderdeel van Nadere regels met betrekking tot de kennismakingsperiode gemeente Amsterdam

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag aan één of aan beide personen die een uitkering ontvangt of ontvangen, op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ maximaal eens in de vijf jaar een kennismakingsperiode verlenen, voor een periode van maximaal 6 maanden. Indien in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag al een kennismakingsperiode is toegekend, wordt de aanvraag afgewezen. 2.. De kennismakingsperiode vangt niet eerder aan dan nadat het college schriftelijk toestemming heeft verleend. 3.. Gedurende de kennismakingsperiode ontvangt de bijstandsgerechtigde een uitkering naar de norm die de belanghebbende ontving ten tijde van de aanvraag van de kennismakingsperiode. 4.. De kennismakingsperiode moet worden aangevraagd in de gemeente waar de bijstandsgerechtigde, of de afzonderlijke bijstandsgerechtigden, de uitkering ontvang(en). Wanneer er sprake is van twee partners die ieder een bijstandsuitkering ontvangen in een andere gemeenten, dan bestaat het recht op de kennismakingsperiode alleen wanneer beide gemeenten hierin toestemmen. 5.. De inlichtingenplicht ligt op de partner die de bijstandsuitkering ontvangt.

Rechtspraak bij dit artikel