Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

De aanwijzing tot gemeentelijk monument

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Peel en Maas

Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende of roerende zaak, (een object, bouwwerk en /of gebouw) aanwijzen als gemeentelijk monument, gemeentelijk archeologisch monument en een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. Het college kan een zodanige aanwijzing ook intrekken. Het college wijst geen gemeentelijk dorpsgezicht aan dat reeds is of naar verwachting wordt aangewezen ingevolge artikel 35 van de Monumentenwet 1988. In een door het college aangewezen beschermd dorpsgezicht is het verboden hoofdgebouwen te slopen geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een vergunning van het college. Geen vergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van het college. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan monumentencommissie. Voordat het college een roerende of onroerende zaak met een religieuze bestemming dat uitsluitend of in overwegende mate wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 (rijksmonument).

Rechtspraak bij dit artikel