Met ingang van de datum waarop de eigenaar en/of gebruiker van een roerende en/of onroerende zaak (een object, bouwwerk en of gebouw) de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot aan het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat de betreffende roerende en/of onroerende zaak niet wordt geregistreerd als gemeentelik monument, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.