Naar hoofdinhoud
1.. Om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen moet worden voldaan aan minimaal één van de volgende voorwaarden: de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking en voor wie is komen vast te staan dat één of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken; het college stelt vast dat: kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het betreffende kind noodzakelijk is; de veiligheid van het kind in het geding is; er sprake is van een crisissituatie, waardoor de ouder (of het netwerk) tijdelijk niet in staat is/zijn de verzorging op zich te nemen; de medische of sociale noodzaak voor kinderopvang blijkt uit andere stukken van een huisarts of andere instelling voor zover die een sociaal of medisch oordeel kunnen vormen over de ouder en/of het betreffende kind. 2.. Het college kan ter beoordeling van het gestelde in het eerste lid advies inwinnen bij een externe deskundige.

Rechtspraak bij dit artikel