Naar hoofdinhoud
Het college weigert de tegemoetkoming in SMI-kinderopvang in ieder geval indien: 1.. de ouder niet behoort tot de doelgroep in artikel 2 of niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 4; 2.. de ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de hulpvraag kan wegnemen; 3.. de ouder niet instemt met het opstellen van een plan van aanpak waarmee de gezinsomstandigheden dusdanig kunnen verbeteren om beroep op SMI overbodig te maken; 4.. de ouder gebruik kan maken van een voorliggende voorziening; 5.. de ouder niet de inlichtingen verstrekt of medewerking verleent, als bedoeld in artikel 10, eerste lid; 6.. de ouder reeds een tegemoetkoming kinderopvang ontvangt of kan aanvragen op grond van de Wet kinderopvang of gebruik kan maken van de reguliere peuteropvang waarvoor een inkomensafhankelijke ouderbijdrage verschuldigd is; 7.. de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau, die de kinderopvang gaat verzorgen, wordt geëxploiteerd zonder toestemming van het college, als bedoeld in artikel 1.46 van de wet en niet is opgenomen in het Landelijk register kinderopvang, als bedoeld in artikel 1.47b van de wet; 8.. de opvang plaatsvindt door een gastouder zonder tussenkomst van een gastouderbureau dat is opgenomen in het Landelijk register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.47b van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel