Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.1

Reguliere handhaving

Onderdeel van Integraal toezicht- en handhavingsbeleid 2021-2023

In principe hanteren wij de volgende stappen in een handhavingsprocedure: constatering van een overtreding uitnodiging van de overtreder voor een gesprek. Eventueel maken van afspraken om overtreding te beëindigen. als overtreding voortduurt: voornemen tot opleggen van een handhavingsbesluit met zienswijzemogelijkheid. opleggen handhavingsbesluit met bezwaarmogelijkheid. na verstrijken begunstigingstermijn controle of aan lastgeving is voldaan indien is voldaan aan de lastgeving: slotbrief. Indien niet is voldaan aan de lastgeving: voornemen invorderingsbeschikking en vervolgens een invorderingsbeschikking. De rode draad die door deze hele handhavingsprocedure heen loopt is dat vanuit de gemeente continue de dialoog met alle betrokken partijen gevoerd blijft worden over oplossingen en mogelijke vervolgacties. Dit uiteraard voor zover de betrokken partijen hiervoor open staan. De melder of indiener van het handhavingsverzoek wordt ook actief door de gemeente op de hoogte gehouden van de stappen die in het handhavingsproces worden genomen. Als we een overtreding constateren, maakt de toezichthouder van de bevindingen een rapportage op. Een toezichthouder heeft andere taken en bevoegdheden dan een BOA. Een medewerker kan zowel een toezichthouder als een BOA zijn. Die medewerker heeft dan als het ware ‘twee verschillende petten’ op. Deze twee verschillende rollen moeten goed van elkaar worden onderscheiden. Een toezichthouder is niet hetzelfde als een BOA. Een toezichthouder is een medewerker die door het bestuursorgaan is aangewezen om toezicht te houden op de naleving van het bepaalde bij of krachtens wettelijke voorschriften. Toezichthouders voeren hun taken uit in het kader van bestuursrechtelijke handhaving. Op de taken en bevoegdheden van de BOA gaan wij in hoofdstuk 8 nader in bij de strafrechtelijke handhaving. De rapportage van de toezichthouder bevat de bevindingen, een eventuele verklaring van de betrokkene(n), de dagtekening en de handtekening van de toezichthouder. Na constatering van een overtreding wordt de overtreder per brief uitgenodigd voor een gesprek op het gemeentehuis. In het gesprek worden wet- en regelgeving uitgelegd en wordt toegelicht waarom de overtreding ongedaan moet worden gemaakt. Uiteraard krijgt de overtreder in dit gesprek ook de kans zijn of haar kant van het verhaal te vertellen. In situaties die daarvoor geschikt zijn (bij overtreding die relatief eenvoudig ongedaan zijn te maken en geen gevaar opleveren) kunnen tijdens dit gesprek afspraken worden gemaakt over het ongedaan maken van de overtreding binnen een bepaalde termijn. Als er geen afspraken (kunnen) worden gemaakt over het beëindigen van de overtreding, wordt een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang gestuurd. Doorgaans wordt gekozen voor een last onder dwangsom. In dat geval staat de gemeente niet zelf voor het blok/de taak om de overtreding ongedaan te moeten maken, maar is de dwangsom een voldoende grote prikkel voor de overtreder om dit zelf te doen. De overtreder krijgt dan een termijn van twee weken om zijn zienswijze kenbaar te maken. De zienswijze kan in een gesprek op het gemeentehuis, telefonisch, per e-mail of per brief worden ingediend. Na beoordeling van de zienswijze wordt besloten om wel of geen last onder dwangsom of last onder bestuursdwang op te leggen. Als er een last onder dwangsom wordt opgelegd, krijgen overtreders een termijn (begunstigingstermijn) waarbinnen zij de overtreding kunnen beëindigen zonder dat men een dwangsom moet betalen. Als er een last onder bestuursdwang wordt opgelegd, krijgen overtreders ook een begunstigingstermijn waarbinnen zij de overtreding kunnen beëindigen. Doen ze dat niet, dan beëindigt de gemeente de overtreding en verhaalt de kosten die zij daarbij maakt op de overtreder. Belanghebbenden kunnen een bezwaarschrift indienen tegen de last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. Na het verstrijken van de begunstigingstermijn volgt een nieuwe controle. Als blijkt dat de overtreding beëindigd is, wordt dit schriftelijk bevestigd aan degene die een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang heeft gekregen. De last onder dwangsom wordt niet opgeheven, omdat dan het risico bestaat dat de overtreding weer wordt hervat. Als uit de controle blijkt dat de overtreding nog voortduurt, gaan we over tot het invorderen van de verbeurde dwangsom of tot het toepassen van de bestuursdwang. Bij het toepassen van bestuursdwang zullen wij eventuele kosten die we moeten maken op grond van artikel 5:25 van de Awb op de overtreder verhalen. Naast de reguliere handhaving onderscheiden we in dit hoofdstuk enkele bijzondere vormen van handhaving, waar een andere werkwijze wordt gehanteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel