Wij kunnen op meerdere manieren het vermoeden krijgen dat een recreatieverblijf niet-recreatief wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor bewoning. Dat kan door een inschrijving in de Basisregistratie personen (Brp). In dat geval krijgt de bewoner binnen één maand na inschrijving in de Brp van ons een brief met een uitnodiging voor een gesprek. In dat gesprek leggen wij de regels uit en vragen wij naar de reden van de inschrijving in het recreatieverblijf.
Het vermoeden van permanente bewoning kan ook ontstaan door controles op de recreatieparken. In dat geval zijn veel controles nodig om vast te stellen dat sprake is van bewoning en niet van recreatief gebruik. Wij zullen moeten aantonen dat de betrokkene het recreatieverblijf niet-recreatief gebruikt. Ook als door controles een vermoeden van niet-recreatief gebruik ontstaat, wordt de bewoner uitgenodigd voor een gesprek op het gemeentehuis.
Als de bewoner kan aantonen dat de bewoning binnen korte termijn wordt beëindigd, bijvoorbeeld met het tonen van een koop- of huurcontract voor een reguliere woning, wordt de handhaving opgeschort. Als het vermoeden van bewoning tijdens het gesprek niet wordt weggenomen, wordt een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom gestuurd aan de overtreder(s).
Uitgangspunt is dat de bewoners een last onder dwangsom ontvangen. In geval van een bewoond recreatieverblijf dat niet door de eigenaar wordt bewoond, merken we ook degene met wie de bewoner een contract heeft als overtreder aan. Diegene laat het recreatieverblijf immers in strijd met het bestemmingsplan gebruiken. Dit kan de eigenaar van het verblijf zijn, maar ook iemand die het recht van erfpacht heeft.
Als blijkt dat een recreatieverblijf continu bewoond wordt, maar de samenstelling van de bewoners steeds wisselt (bijvoorbeeld als een werkgever steeds wisselende werknemers in een recreatieverblijf laat wonen), is het niet wenselijk de bewoners aan te schrijven.
De handhavingsprocedure wordt vervolgd als beschreven onder 7.1.
De eigenaar/verhuurder krijgt een ruimere begunstigingstermijn (acht maanden) dan de bewoner (zes maanden). Als na zes maanden blijkt dat de bewoner het recreatieverblijf nog steeds in strijd met het bestemmingsplan gebruikt, heeft de eigenaar/verhuurder nog twee maanden om de huur te ontbinden alvorens hij ons ook een dwangsom is verschuldigd.
Er zal voor de handhaving op niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven op enkele recreatieparken samengewerkt worden met de Provincie Gelderland als beschreven in hoofdstuk 6.2.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.2
Niet-recreatief gebruiken van een recreatieverblijf
Onderdeel van Integraal toezicht- en handhavingsbeleid 2021-2023