De doelstelling voor langer thuis wonen is het mogelijk maken dat ouderen op een prettige manier langer thuis kunnen wonen. Dat streven is opgebouwd uit 3 pijlers: wonen, de woonomgeving en zorg en ondersteuning.
Voldoende passende huisvesting voor ouderen
Langer zelfstandig thuis wonen staat of valt met woningen die geschikt zijn om daarin oud te worden, met en zonder beperkingen. Dit kan op verschillende manieren. Ten eerste kan dat in de woning waar mensen al wonen, mits deze woning geschikt is. Ten tweede kan dat door de woning waarin zij wonen, geschikt te maken door de woning op de (dreigende) beperkingen aan te passen. Ten derde is er de mogelijkheid om te verhuizen naar een geschikte woning. Dat kan zowel een aangepaste woning zijn als een geclusterde woning, met al dan niet aanvullende voorzieningen in de nabijheid. In het gebouw gaat het dan bijvoorbeeld om een scootmobielruimte, in de omgeving om een supermarkt of andere plek waar je andere mensen kunt ontmoeten.
Wat in de praktijk ook vaak gebeurt is dat mensen blijven wonen in een woning die niet geschikt is, maar ondanks beperkingen daar toch mee om te gaan (bijvoorbeeld beneden gaan slapen als men de trap niet meer op komt) én pas in de uiterste fase naar een instelling te verhuizen op basis van een zware zorgvraag (crisissituatie), bijvoorbeeld wanneer dementie ertoe leidt dat zelfstandig wonen niet meer kan. Hoe ouderen tot keuzes komen over hoe zij zich voorbereiden op het ouder worden, vertelt een aantal ouderen in Zilveren Helden. Uiteindelijk is het de oudere zelf die het best kan beslissen welke huisvesting het meest passend/wenselijk is. Zowel de gemeente als andere betrokken partijen kunnen ondersteunen in het bewustwordings- en keuzeproces. Dat gebeurt op de volgende wijzen:
Bewustwording vergroten, door ouderen zelf aan het woord te laten, voor ouderen (nog) beter in beeld te brengen welke opties er zijn voor geschikt en geclusterd wonen en ze te ondersteunen in hun keuze. Hiervoor wordt o.a. de Goudawijzer gebruikt, waar staat wat men zelf kan doen voor een woningaanpassing en domotica en of daarvoor een Wmo-bijdrage passend is;
De ouderenadviseurs die 75-plussers (kunnen) bezoeken helpen ook om de bewustwording van de woonsituatie te vergroten;
Doorstroming mogelijk maken. Voor bijna 6.700 ouderen geldt dat zij tot de doelgroep voor sociale huur behoren. Een deel hiervan woont echter in een eengezinswoning (kan ook een koopwoning zijn) en slechts een zeer beperkt deel van hen zal naar verwachting willen verhuizen naar een (andere) corporatiewoning. Een verhuizing naar een geschikte woning kan weliswaar passend zijn, maar er zijn veel ouderen die willen blijven wonen in de eengezinswoning, eventueel met aanpassingen. Bijvoorbeeld omdat zij in de buurt van hun sociaal netwerk willen blijven wonen, omdat zij opzien tegen verhuizen en alles wat daarbij komt kijken of omdat ze na verhuizing hogere woonlasten zullen krijgen.
Gezamenlijk met de woningcorporaties en huurdersorganisaties wordt onderzocht hoe de beschikbare voorraad beter kan aansluiten bij hun woonwensen. Wellicht kunnen mensen op die manier toch verhuizen naar een beter passende woning en kan op die manier de bestaande woningvoorraad passende verdeeld worden;
Geschikte woningvoorraad uitbreiden, door ontwikkelende partijen bij nieuwbouw aan te moedigen de woningen toekomstbestendig te bouwen. Dit maakt het mogelijk om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. Hiertoe behoort ook het mogelijk maken van ontmoeten buiten de woning. Het Ontwerp voor ontmoeten (uitgave van Platform31) draagt hieraan bij;
Met gebouweigenaren, bestaande uit onder andere woningcorporaties en verenigingen van eigenaren, wordt de samenwerking gezocht om de (on)mogelijkheden in beeld te brengen voor scootmobielruimtes en toegankelijke routes in en rondom het gebouw.
Een geschikte en prettige woonomgeving
Alleen een geschikte woning is niet voldoende voor het langer zelfstandig wonen. Mensen kunnen beperkingen hebben die belemmeren in het dagelijks functioneren. Naast praktische zaken zijn sociale contacten en zingeving van belang. Een eigen netwerk van familie, vrienden of buurtgenoten kan de kwaliteit van het leven sterk vergroten. Ook in dit geval is aandacht voor ontmoeting nodig. Bij nieuwe projecten en gebiedsontwikkeling is er daarom aandacht voor het concept van de inclusieve wijk. In Westergouwe wordt dit concept verwerkt in het stedenbouwkundig ontwerp. In de bestaande stad kijken we zoveel mogelijk naar de mogelijkheden voor ontmoeting in bestaande gebouwen en in de bestaande openbare ruimte (Participatie in de buurt).
In een inclusieve wijk doet iedereen er toe. Indien nodig staan mensen voor elkaar klaar en wordt burenhulp en vrijwilligerswerk mogelijk gemaakt. Belangrijk hierbij is het gemeentelijk streven naar gemengd wonen; een gemengde woningvoorraad voor verschillende doelgroepen en in verschillende prijssegmenten in elke wijk. Daarbij is ook de balans tussen draagkracht en draaglast van inwoners in wijken belangrijk. In een inclusieve wijk wordt de onderlinge solidariteit bevorderd. Vanuit informele en formele organisaties vindt samenwerking plaats, is er aandacht voor verbinding tussen groepen en zijn er plekken in de wijk waar men elkaar kan ontmoeten. Dat kan een belangrijke rol spelen in het faciliteren van sociale cohesie en in het (langer) thuis wonen van allerlei doelgroepen. De maatschappelijke voorzieningen moeten voor iedereen toegankelijk zijn, dus ook voor mensen met een beperking. Met de Lokale Inclusie Agenda wordt deze opgave ook bevestigd.
De juiste zorg en ondersteuning
In de regel geldt dat intramuraal wonen voor mensen met een zeer zware zorgvraag is. Daar wonen zij en ontvangen zij zorg. Voor iedereen met een minder zware zorgvraag is zelfstandig wonen aan de orde, met een eigen woning of huurcontract. Zorg bestaat uit hulp vanuit het eigen sociaal netwerk (mantelzorgers), een apart zorg- of welzijnsarrangement dat in sommige complexen wordt geleverd en/of professionele (thuis)hulp of gemeentelijke voorzieningen. Voor gemeenten is er een rol weggelegd voor de ondersteuning van mensen die niet zelfredzaam zijn.
Als mensen niet zelfredzaam zijn, kan dat nadelige gevolgen hebben voor deze mensen zelf en hun omgeving. Vereenzaming, verwaarlozing of juist overlastgevend gedrag naar de omgeving is iets waar niemand gebaat bij is. Het is daarom van belang dat vroegtijdig wordt gesignaleerd dat mogelijk sprake is van ongewenste situaties. Dat kan vanuit woningcorporaties, die dicht bij hun huurders staan en weten wat er speelt in de wijk en achter de voordeur, dat kan door mantelzorgers die dichtbij de zorgbehoevende staan, door de zorgaanbieders die geregeld over de vloer komen en door de gemeente, die ouderen en andere minder zelfredzame inwoners informeert waar zij kunnen aankloppen voor hulp. Dat gebeurt bijvoorbeeld met ouderenadviseurs, die langs gaan op het moment dat iemand 75 wordt. Er ligt een gedeelde opgave voor alle partijen om hier zo goed mogelijk mee om te gaan. Dat vraagt een goede samenwerking, dat partijen elkaar weten te vinden, elkaar als gelijkwaardig beschouwen en dat ze er op aan kunnen dat de signalen worden opgepakt.
Voor mantelzorgers geldt vaak dat er veel op ze afkomt. Het aantal beschikbare mantelzorgers zal de komende jaren afnemen, doordat de leeftijdsgroep kleiner is en doordat mensen langer moeten doorwerken. Degenen die mantelzorgen zijn daar steeds meer tijd aan kwijt. De opgave is om deze groep te ondersteunen waar dat kan, bijvoorbeeld met respijtzorg. Het sociaal team helpt daarbij. In gemeente Gouda mogen mantelzorgwoningen bovendien in principe vergunningsvrij worden gerealiseerd, mits de woning wordt verwijderd of in de oude staat wordt teruggebracht als de mantelzorgsituatie is beëindigd. Ook gelden er enkele voorwaarden, zoals onder andere voor de plaats, omvang, veiligheid en isolatie van het bouwwerk. Daarnaast zijn er regels voor wie er gebruik mag maken van de mantelzorgwoning en wat er moet gebeuren als de mantelzorg stopt. Bovendien is het mogelijk een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning aan te vragen, dat kan zowel voor de mantelzorger als voor de zorgvrager zijn. Met deze inzet probeert de gemeente Gouda mantelzorgers in hun taak te ondersteunen.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.3
Artikel 8.3.1
Langer thuis wonen mogelijk maken
Onderdeel van Wonen in Gouda 2030 Aangenaam stedelijk wonen voor iedereen, met oog voor zorg