In de Jeugdwet is bepaald dat jeugdigen en hun ouders toegelaten tot jeugdhulp kunnen worden als de jeugdige een persoon is die:
de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt heeft;
de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan (overeenkomstig artikelen 77 g tot en met 77 gg Wetboek van Strafrecht);
de leeftijd van achttien jaar maar nog niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt:
en voor wie de voortzetting van de jeugdhulp, die was aangevangen noodzakelijk is;
of voor wie het college vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar heeft bepaald dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp noodzakelijk is;
of voor wie, na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.
Op basis van de bestuurlijke afspraak tussen VNG, Jeugdzorg Nederland en het Rijk (VWS) wordt pleegzorg standaard ingezet worden tot 21 jaar, tenzij het pleegkind heeft aangegeven geen gebruik meer te willen maken van pleegzorg.
Op basis van de bestuurlijke afspraak tussen VWS, VNG, Jeugdzorg Nederland, VGN, Gezinshuis.com en Driestroom is geregeld dat het verblijf in een gezinshuis ook standaar tot 21 jaar wordt ingezet, tenzij:
de jongere dat zelf niet wil;
en/of de gezinshuisouder(s) niet instemmen;
en/of de voor alle partijen (inclusief de jongere) duidelijk is dat de jongere andere passende hulp nodig heeft, en die hulp ook beschikbaar is;
en/of de jongere voldoet aan de criteria van de WLZ.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Criteria Jeugdige en ouders van jeugdige
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp 2022