Bij het besluit over, de keuze en inzet van een individuele voorziening zijn de volgende inhoudelijke criteria van toepassing:
De voorziening wordt ingezet in de directe omgeving van de jeugdige (dichtbij het gezin), waarbij de veiligheid van het kind voorop staat;
Het besluit over de inzet van de individuele voorziening vindt plaats op basis van:
De hulpvraag (en/of hulpbehoefte) van de cliënt, de aard en ernst van de problemen en de gevolgen van de problemen (klacht- en probleemanalyse);
De veroorzakende of in stand houdende factoren (verklaringsanalyse en risicofactoren), daarnaast de factoren die er aan mee kunnen werken dat de situatie verbetert (beschermende factoren), denk aan het sociale netwerk;
Het Toegangsteam Jeugd schat in wat de motivatie is van de hulpvrager en/of diens omgeving, schat in wat de oplossingsmogelijkheden zijn en schat in wat het perspectief is op het verwachte resultaat;
Het Toegangsteam Jeugd schat de kans in dat problemen blijven of verergeren indien er geen hulp geboden wordt;
De voorziening die wordt ingezet moet passend en adequaat zijn. Dit houdt in dat de voorziening bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen en resultaten, zoals opgenomen in het gezinsplan.
Als er meerdere individuele voorzieningen beschikbaar zijn, die leiden tot het in het gezinsplan geformuleerde resultaten, wordt er gekozen voor de goedkoopste adequate voorziening.