Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Voorwaarden voor het verlenen van een pgb

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp 2022

In de Jeugdwet is vastgelegd dat het college slechts een pgb kan verlenen als aan de volgende criteria is voldaan: De jeugdige of zijn ouders zijn naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat tot een redelijke waardering van de belangen ter zake. Of ze zijn met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. De jeugdige of zijn ouders stellen zich gemotiveerd op het standpunt dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten. Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is, Alleen als aan alle drie voorwaarden is voldaan, kan het college het pgb verstrekken. Het kader pgb-vaardigheid, opgesteld door het ministerie van VWS en VNG, wordt toegepast om de pgb-vaardigheid van de inwoner te toetsen.

Rechtspraak bij dit artikel