Op grond van de geldende Algemene subsidieverordening kunnen de volgende subsidies worden verstrekt:
Structurele subsidies. Deze subsidies zijn gericht op jaarlijks terugkerende activiteiten met een duurzaam/structureel karakter.
Incidentele subsidies. Deze subsidies zijn gericht op eenmalige, kortdurende activiteiten of projecten. In principe gaat het om een periode van 2 jaar, daarna wordt de subsidie stopgezet of volgt er een besluit voor een structurele subsidie.
Waarderingssubsidies. Voor zowel de incidentele als de structurele subsidies geldt dat deze in de vorm van een waarderingssubsidie kunnen worden verstrekt. Dit is een subsidie waarbij geen verband is tussen de omvang van de kosten die voor de activiteiten gemaakt worden en de hoogte van de subsidie die wordt verstrekt. Het gaat hier uitsluitend om het uitspreken van waardering in de vorm van een bedrag van € 250 of € 500.
Investeringssubsidies. Dit betreft een gedeeltelijke bekostiging van bepaalde investeringskosten van sportverenigingen en scoutingverenigingen.
Budgetsubsidies. Dit zijn meerjarige subsidies waarbij een instelling een bedrag krijgt om een van tevoren overeengekomen activiteitenpakket uit te voeren. Kenmerk is dat vooraf afspraken worden gemaakt over de omvang en invulling het activiteitenaanbod. Het financiële risico van het niet halen van de prestatieafspraken ligt bij de instelling. Omgekeerd ligt ook het voordeel van het halen van de afspraken tegen minder kosten bij de instelling.
Subsidies mogen nooit voor onbepaalde tijd worden verstrekt. Dit om het college te stimuleren tot een periodieke beoordeling waarbij onder andere wordt nagegaan of de instelling nog aan alle voorwaarden voldoet én of subsidiëring in het specifieke geval (financieel) nog benodigd is.