Op grond van artikel 151d van de Gemeentewet kan de burgemeester aan overlastgevers die herhaaldelijk woonoverlast veroorzaken in zowel huur- als koopwoningen, een gedragsaanwijzing opleggen. Het gaat hier over het toepassen van bestuursdwang in de vorm van een gedragsaanwijzing (alleen) ter bestrijding van ernstige woonoverlast voor omwonenden, veroorzaakt door andere bewoner(s) in de nabije omgeving. De bevoegdheid vergroot de wettelijke mogelijkheden die gemeenten hebben in de aanpak van woonoverlast. Deze beleidsregel voorziet voor de gemeente Ooststellingwerf in een nadere invulling van het nieuwe wetsartikel.
De gemeenteraad van Ooststellingwerf heeft, op basis van artikel 151d van de Gemeentewet, de burgemeester in artikel 2:79 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) de bevoegdheid gegeven om een gedragsaanwijzing op te leggen. In het tweede lid van artikel 2:79 van de APV is opgenomen dat de burgemeester beleidsregels vaststelt over het gebruik van die bevoegdheid. In bijzondere omstandigheden kan op grond van de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden afgeweken van de in deze beleidsregel beschreven gedragslijn.
Artikel 151d Gemeentewet luidt als volgt:
De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
De in artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt uitgeoefend door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit die de raad in de verordening heeft vastgelegd en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.
Onverminderd de laatste volzin van het tweede lid kan de last, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken.
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.5
Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van de zorgplicht als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.
De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke:
geluid- of geurhinder;
hinder van dieren;
hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; of
intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.