Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Doelstelling beleidsregel

Onderdeel van Beleidsregel Wet aanpak woonoverlast Ooststellingwerf

Deze beleidsregel geeft meer duidelijkheid over de in artikel 2:79, eerste lid, van de APV opgenomen zorgplicht, zodat burgers beter in staat zijn hun gedrag hierop af te stemmen. Ook maakt de beleidsregel inzichtelijk in welke gevallen en onder welke voorwaarden de burgemeester toepassing kan geven aan de in artikel 2:79, tweede lid, van de APV opgenomen bevoegdheid tot het geven van een gedragsaanwijzing. Met de vaststelling van deze beleidsregel voldoet de burgemeester ook aan de in artikel 2:79, tweede lid, van de APV opgenomen ‘beleidsregelplicht’. In deze beleidsregel staat in hoofdlijnen beschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden de burgemeester gebruik kan maken van een gedragsaanwijzing in de vorm van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang, zoals opgenomen in artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet. Eerst wordt verduidelijkt de afbakening tussen de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing te geven en andere instrumenten ter bestrijding van woonoverlast. Vervolgens wordt er een stappenplan beschreven hoe de burgemeester handelt in gevallen van ernstige en herhaaldelijke woonoverlast. Vervolgens wordt het procedurele kader geschetst waarbinnen de burgemeester een afweging zal maken of en zo ja, op welke wijze de bevoegdheid tot het geven van een gedragsaanwijzing wordt toegepast en een concrete invulling krijgt. Van belang is dat de bevoegdheid van de burgemeester tot het geven van een gedragsaanwijzing pas aan de orde is, als de geconstateerde ernstige en herhaaldelijke woonoverlast niet op een andere geschikte wijze kan worden bestreden (artikel 151d, tweede lid, Gemeentewet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel