Een maatwerkvoorziening voor een rolstoel kan aan orde zijn als er sprake is van belemmeringen in:
het zich verplaatsen in of om de woning;
het ondernemen van activiteiten om te voorzien in primaire levensbehoeften (bv. boodschappen doen, kleding kopen);
het aangaan van sociale contacten.
De sportrolstoel (zie hoofdstuk 6) wordt niet gerekend tot een rolstoel voor het verplaatsen in en rond de woning.
6.1.1Afwegingskader rolstoelen
Allereerst beoordeelt het college wat de mogelijkheden van de cliënt zijn ten aanzien van verplaatsingen in en om de woning en verplaatsingen om te voorzien in primaire levensbehoeften.
Daarna beoordeelt het college alle algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen die beschikbaar zijn en of en in welke mate deze een oplossing bieden. Zo is een transportrolstoel ter beschikking via een algemene voorziening als de thuiszorgwinkel of rolstoelpoel.
Het college beoordeelt dan of alle uitsluitingsgronden zijn meegenomen. Denk aan de Wajong, WIA, Zvw en Wlz etc.
Als er een noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks gebruik, kan via een medisch en al dan niet ergotherapeutisch advies door het college een programma van eisen worden opgesteld.
Een rolstoel kan door het college verstrekt worden in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Aanpassingen en accessoires voor de rolstoel die niet noodzakelijk zijn worden in principe niet verstrekt.
De kosten van onderhoud en verzekering vallen onder de verstrekking.
Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de rolstoel die cliënt zou hebben gekregen als voorziening in natura als uitgangspunt genomen.
Er zal door het college rekening worden gehouden met de belangen van eventuele mantelzorgers. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat als de mantelzorger niet in staat is de rolstoel in alle omstandigheden te duwen, er een ondersteunende motorvoorziening verstrekt kan worden.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1
Rolstoelen (in en om de woning)
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2022