(Art. 3.14 lid 17 Verordening)
Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere situatie op vervoersgebied dan daarvoor (men heeft bijvoorbeeld al een auto en is gewend daarmee in de vervoersbehoefte te voorzien) is er geen noodzaak tot het bieden van een oplossing. Dat kan anders zijn indien door het optreden van de beperkingen noodgedwongen meer gebruik gemaakt moet worden van de eigen auto en alternatieven niet mogelijk zijn. Voor de boven gebruikelijke inzet van de eigen auto, kan aan de belanghebbende een vervoersvergoeding verstrekt worden.
De vergoeding is ter compensatie van het extra vervoer door de beperkingen, niet om (al) het vervoer te vergoeden.
Er wordt alleen tot verstrekking overgegaan wanneer iemand niet in staat is zelf in de behoefte te voorzien.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.10
Vervoersvergoeding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2022