(Art. 3.14 lid 18 Verordening)
Als het openbaar vervoer, collectief vervoer en/of andere vervoersvoorzieningen niet als een adequate voorziening kunnen worden beschouwd, kan het college kiezen voor het verstrekken van een autoaanpassing.
Het is de combinatie van medische, sociale en functionele beperkingen en mogelijkheden van de persoon met beperkingen die tot de conclusie moet leiden dat een aangepaste auto of bus de enige adequate oplossing voor het vervoersprobleem is. Hiervoor wordt een medisch advies opgevraagd.
Een autoaanpassing wordt aangebracht op een door de belanghebbende zelf aangeschafte auto. Hierbij wordt gekeken naar de leeftijd en technische staat van de auto. Is een auto ouder dan 7 jaar, dan verstrekt het college geen autoaanpassing voor desbetreffende auto.
De belanghebbende is verantwoordelijk voor de verzekering en het onderhoud en reparatie van de auto.
In het geval dat de aanvrager een eigen auto heeft, worden aanpassingen uitsluitend vergoed als de auto alleen maar gebruikt kan worden als deze wordt aangepast.
Aanpassingen aan de auto moeten functioneel noodzakelijk zijn voor mensen met een beperking en niet algemeen gebruikelijk of standaard ingebouwd zijn, zoals rem- of stuurbekrachtiging, airconditioning, airbags, etc.
De aanpassingen zijn noodzakelijk voor de persoon met beperkingen en dienen alleen door hem gebruikt te worden.
Wanneer de persoon met beperkingen voor de eigen auto kiest, terwijl adequate, goedkopere alternatieven beschikbaar zijn, dan is dat zijn keus voor een duurdere oplossing. Indien dan vervolgens de keuze ook het aanbrengen van aanpassingen impliceert, moet de aanvrager die voor eigen rekening nemen.
Als een aanpassing aan de eigen auto wordt toegekend, gebeurt dit in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Belanghebbende is in het bezit van een geldig rijbewijs.
Het halen van een rijbewijs is algemeen gebruikelijk; de kosten van rijlessen worden daarom niet vergoed.
Het rijbewijs van de aanvrager is voorzien van de door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) vastgestelde beperkende bepalingen als er een noodzaak is om de bediening en besturing van de auto aan te passen.
Een vergoeding voor een speciale autostoel kan worden verstrekt indien:
een autostoel niet als voornaamste doel heeft de zithouding te verbeteren;
de stoel niet normaal in de handel verkrijgbaar is;
de belanghebbende reeds klachten krijgt na het rijden van enkele kilometers of binnen een kwartier;
de aanschaf van de stoel niet uit preventief oogpunt geschiedt;
de persoon met beperkingen bij de aankoop van de auto rekening heeft gehouden met zijn/haar beperkingen en het noodzakelijke zitcomfort;
er geen andere hulpmiddelen zijn om de stoel adequaat te maken voor de korte en middellange afstand.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.11
Autoaanpassing
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2022