• - Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden:
    • - naar hun aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;
    • - niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument;
    • - worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en
    • - niet leiden tot verdringing.
  • - Het college kan een belanghebbende uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
  • - Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.
  • - De tegenprestatie kan binnen een periode van 12 maanden slechts eenmaal worden opgedragen en omvat in die periode ten hoogste 15 weken en maximaal 12 uren per week.
  • - Het college draagt geen tegenprestatie op indien:
    • - een belanghebbende mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is;
    • - geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.