• - Een besluit tot het aanbieden of voortzetten van een voorziening aan een persoon uit de doelgroep gebeurt met inachtneming van:
    • - de mogelijkheden en belemmeringen van de belanghebbende;
    • - de actuele of toekomstige vraag op de arbeidsmarkt.
  • - Indien nodig gebeurt de afweging als bedoeld in het eerste lid tevens met inachtneming van:
    • - het belang van scholing voor een arbeidsinschakeling naar vermogen;
    • - de kosten van een voorziening in relatie tot de daarmee te dienen financiële belangen van het college en de persoonlijke belangen van de persoon uit de doelgroep.