De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2, wordt:
- - bij gedragingen van de eerste categorie, vastgesteld op:
- - eenmalig € 150;
- - € 300, indien er sprake is van een gedraging binnen 12 maanden nadat voor een eerdere gedraging onderdeel a toepassing heeft gevonden;
- - telkens € 450, indien er sprake is van een gedraging binnen 12 maanden nadat voor een eerdere gedraging onderdeel b of dit onderdeel eerder toepassing heeft gevonden;
- - bij gedragingen van de tweede categorie, vastgesteld op:
- - 40% van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende één maand;
- - 40% van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende twee maanden, indien er sprake is van een gedraging binnen 12 maanden nadat voor een eerdere gedraging onderdeel a toepassing heeft gevonden;
- - telkens 40% van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende drie maanden, indien er sprake is van een gedraging binnen 12 maanden nadat voor een eerdere gedraging onderdeel b of dit onderdeel eerder toepassing heeft gevonden;
- - bij gedragingen van de derde categorie, vastgesteld op:
- - 100% van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende één maand;
- - 100% van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende twee maanden, indien er sprake is van een gedraging binnen 12 maanden nadat voor een eerdere gedraging onderdeel a toepassing heeft gevonden;
- - telkens 100% van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende drie maanden, indien er sprake is van een gedraging binnen 12 maanden nadat voor een eerdere gedraging onderdeel b of dit onderdeel eerder toepassing heeft gevonden.