Bij wegen van andere wegbeheerders zoals de provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland wordt doorverwezen naar hun eisen.
Voor een uitweg buiten de bebouwde kom of een uitweg bij een landbouwperceel gelden een aantal specifieke uitgangspunten:
vaak is een stevige uitweg noodzakelijk. Nadrukkelijk wordt gelet op de inpassing in het groene karakter van de omgeving;
de constructie wordt bepaald door de gemeente en bestaat in principe uit:
fundering van 35 cm;
straatzand 5 cm;
grijze betonklinkers of het aanwezige type bestrating;
10 x 20 opsluitbanden of trottoirbanden;
grijze grasbetonstenen (uitweg van landbouwperceel);
de uitweg moeten voldoende breed aangelegd worden om zo schade aan de verhardingen, bermen en groenstroken te voorkomen;
de eigenaar dient na aanleg zijn uitweg goed te beheren, zorg te dragen voor een goed gebruik van de uitweg en vervuiling en schade zoveel mogelijk te voorkomen;
indien de eigenaar zijn uitweg niet goed beheert wordt de uitweg door en op kosten van de eigenaar hersteld;
ingeval de uitweg over een sloot/watergang gaat, dient er tevens een dam met duiker (of een brug) aangelegd te worden. Het onderhoud van de dam met de duiker/brug berust bij aanvrager. Het kan zijn dat hiervoor een vergunning aangevraagd moet worden of een melding gedaan moet worden bij het Waterschap op basis van de Keur;
indien een watergang wordt gekruist moeten de voorschriften van het Waterschap, zoals opgenomen in de aan aanvrager verleende watervergunning, worden opgevolgd.
Hoofdstuk 5
Artikel 24
Buiten de bebouwde kom (uitsluitend voor gemeentelijke wegen)
Onderdeel van Uitwegenbeleid gemeente Lingewaard 2022