Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.1

Artikel 6.1.2

Aanlegvergunning

Onderdeel van Uitvoeringsprogramma Landschapsontwikkelingsplan Groene Driehoek gemeente Lopik, Montfoort en Oudewater

Juridische achtergrond De basis voor vergunningverlening wordt gelegd in het gemeentelijke beleid. De gemeente verschaft hierin inzicht in de voorwaarden waaronder een vergunning wordt verleend. Aandacht voor Ontwikkelingsgerichte landschapsstrategie (OLS) moet dus in dat beleid worden vastgelegd. Een bestemmingsplan kan een aanlegvergunningenstelsel bevatten op grond van artikel 14 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Artikel 21, derde lid WRO biedt de basis om een aanlegvergunningenstelsel op te nemen in een voorbereidingsbesluit. Het voorbereiden of herzien van een bestemmingsplan vergt veel tijd. In die periode geldt meestal een voorbereidingsbesluit. Een aanlegvergunningstelsel is bedoeld voor het aanleggen van werken (geen bouwwerken) en het verrichten van andere werkzaamheden dan bouwwerkzaamheden. Voorbeelden zijn; het aanleggen van een weg, het ophogen, afgraven of egaliseren van grond, het scheuren van grasland, het graven of dempen van sloten, het planten of rooien van bomen of ander gewas. Veel van dit soort activiteiten bepalen mede het beeld en de aardkundige en cultuurhistorische waarden in een landschap. Een aanlegvergunningenstelsel kan een bepaalde bestemming of gebied beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen, bijvoorbeeld landschappelijk of cultuurhistorisch gevoelige gebieden zoals bos, natuur, uiterwaarden en aardkundige waarden. Op basis van jurisprudentie is geen aanlegvergunning nodig voor: verrichten van normaal onderhoud en beheer, werkzaamheden waarmee is of mag worden begonnen op het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, werkzaamheden op het eigen erf, zoals in het bestemmingsplan aangeduid, aanleggen van kavelpaden en verhardingen ten behoeve van in- en uitritten, tot een oppervlakte van 100 m2, het verlagen van de bodem of het afgraven van stukken grond, voorzover daarvoor een vergunning nodig is in het kader van de Ontgrondingwet, vellen of rooien van fruitbomen, werkzaamheden waarvoor een vergunning nodig is als bedoeld in artikel 40 en 45 van de Woningwet: de bouwvergunning. Landschappelijke kwaliteit als toetsingskader Om landschappelijke kwaliteit te kunnen gebruiken als toetsingscriterium bij aanlegvergunningen, moet de landschappelijke kwaliteit in het bestemmingsplan zijn vastgelegd. Uit de beschrijving in hoofdlijnen of de plantoelichting in het bestemmingsplan moet duidelijk blijken welke waarden moeten worden beschermd. Dit kan door in het bestemmingsplan te verwijzen naar een landschaps-ontwikkelingsplan (LOP), een beschrijving van de landschapskwaliteit, een beeldkwaliteitplan, of de welstandsnota. De aanwezige of te ontwikkelen kernkwaliteiten van het landschap bepalen dan mede de randvoorwaarden voor het wel of niet verlenen van een aanlegvergunning en de wijze waarop werkzaamheden worden uitgevoerd. Hierdoor is inzichtelijk welke invloed een ruimtelijke ingreep heeft op de landschapskwaliteit en hoe ontwikkelruimte wordt gecreëerd. Weigeringsgronden Als werkzaamheden aanlegvergunningplichtig zijn, wordt uitsluitend getoetst aan 2 dwingende weigeringsgronden. De aanlegvergunning wordt geweigerd als de werkzaamheden vallen binnen één van deze weigeringsgronden. Deze zijn vastgesteld op basis van jurisprudentie. Dit wordt het limitatieve- imperatieve stelsel genoemd. De twee weigeringsgronden zijn; Bestemmingsplan: zijn de werkzaamheden in strijd met het bestemmingsplan? Monumentenvergunning: is de Monumentenvergunning vereist en geweigerd (indien van toepassing)? Voor de toepassing van gewenste kwalitatieve landschapsontwikkeling is het bestemmingsplan het belangrijkst. Procedure aanlegvergunning De initiatieffase is hét moment in het proces van vergunningverlening om aandacht te besteden aan ontwikkelen met landschapskwaliteit. De procedure start zodra een initiatiefnemer zich meldt bij de gemeente. De initiatiefnemer vraagt om informatie en/of overleg. Ook is het mogelijk dat de initiatiefnemer het plan direct indient. De gemeente geeft informatie over de procedure en het gemeentelijke beleid waaraan de voorgenomen werkzaamheden worden getoetst. De initiatiefnemer kan bij het inzien van het bestemmingsplan (of door navraag bij de gemeente) bepalen of een aanlegvergunningenstelsel van kracht is voor de locatie waar hij werkzaamheden wil verrichten. In het bestemmingsplan staat ook onder welke voorwaarden de vergunning wordt afgegeven. Er kan in het bestemmingsplan een overzichtelijke tabel worden opgenomen. Zo krijgen aanvragers een helder overzicht van ingrepen waarvoor een aanlegvergunning nodig is, en van de toetsingscriteria. In deze criteria zijn weer mogelijkheden voor OLS- toepassing. Informeer een initiatiefnemer vroeg over de kwaliteiten van het landschap en het gemeentelijk beleid ten aanzien van het landschap. De hieruit volgende landschappelijke randvoorwaarden kunnen een stimulans zijn voor het opstellen van een kwaliteitsverhogend plan voor het landschap. U kunt hierbij het landschapsontwikkelingsplan en het beeldkwaliteitplan van de gemeente betrekken. In het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) zijn dit facultatieve beleidsstukken. Maak een informatiepakket over gemeentelijk beleid waarmee een initiatiefnemer rekening moet houden bij de aanvraag van een aanlegvergunning. Gebruik het bestemmingsplan en mogelijk de monumentenvergunning. Vermeld ook convenanten, voorzover van toepassing. Lokale voorbeelden werken stimulerend. Geef bij het eerste contact met een initiatiefnemer een voorbeeldenset mee. Voer een helder en inspirerend beleid ten aanzien van landschap en draag dit uit. Het stimuleert mensen om nieuwe initiatieven af te stemmen op de omgeving. B&W publiceert de aanvraag voor een aanlegvergunning. De gemeentelijke dienst beoordeelt namens B&W of de werken/werkzaamheden van de initiatiefnemer passen binnen de randvoorwaarden van het aanlegvergunningenstelsel zoals geformuleerd in het bestemmingsplan en/of van nota’s die zijn gekoppeld aan het bestemmingsplan, bijvoorbeeld het landschapsontwikkelingsplan of het beeldkwaliteitplan. Daarnaast wordt nagegaan of voor de werken/werkzaamheden een vergunning is vereist en verleend ingevolge de Monumentenwet. Een aanlegvergunning mag en moet alleen worden geweigerd indien de voorgenomen werkzaamheden vallen onder deze weigeringsgronden. De doelstelling van een aanlegvergunningenstelsel wordt alleen behaald als het vergunningenstelsel wordt gehandhaafd. Dit vergt veel inzet. Streef daarom naar een eenvoudig stelsel van aanlegvergunningen met heldere beoordelingscriteria.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel