De kwaliteit van de ontvangende bodem moet worden onderzocht als:
de toepassingslocatie is gelegen in een uitgesloten gebied van de bodemkwaliteitskaart (zie hoofdstuk 2);
op de toepassingslocatie mogelijk een bodemverontreiniging door een puntbron is vastgesteld.
al een keer is onderzocht maar niet voldoet aan de eisen zoals zijn gesteld in § 4.17.2.1.
Om de kwaliteit van de ontvangende bodem vast te stellen moet een gepaste onderzoeksstrategie uit de NEN 5740112NEN 5740 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond. worden gebruikt. Alleen de bodemlaag waarop de grond wordt toegepast moet worden onderzocht. Het onderzoek moet zijn uitgevoerd door voor de BRL protocol 2001113Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, BRL 2000 – protocol 2001. gecertificeerd bedrijf/persoon dat een ministeriële erkenning heeft.