Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.8

Artikel 3.8.3

Stap 5 (controle indeling PFAS-deelgebieden)

Onderdeel van Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart

Voor PFOA en PFOS zijn, verspreid over de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen en per bodemlaag, 50-84 waarnemingen beschikbaar. Hiermee voldoen de deelgebieden aan de minimumeis (≥30 waarnemingen) als gebruik wordt gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond85Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari 2020. ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt. Oók wordt voldaan aan de minimumeisen van de OD NHN (≥5 waarnemingen per gemeente, per bodemlaag). Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van Lievense bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer PFOA86PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS87PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten staat in bijlage 4C (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat in de bovengrond (0-0,5 m-mv) en de tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) voor zowel PFOA als PFOS geen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Er is daarom geen aanleiding tot het splitsen van de PFOA- en PFOS-deelgebieden.

Rechtspraak bij dit artikel