Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.8

Artikel 3.8.4

Stappen 7 en 8 (vaststellen, karakteriseren bodemkwaliteitszones en de bodemkwaliteitskaart

Onderdeel van Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart

De bodemkwaliteitszones voor PFOA en PFOS zijn net als de andere stoffen88Het betreft de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PCB (7), PAK (10) en minerale olie. gekarakteriseerd op basis van de gemiddelde waarden. De gemiddelden zijn getoetst aan het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie89 Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020.90Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, 19 november 2019, in werking getreden: 21 november 2019.. In tabel 3.9 zijn de bodemkwaliteitszones voor PFOA en PFOS gekarakteriseerd. In bijlage 1 onder het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’ wordt hier nader op ingegaan. Op basis van de bekende PFAS-gegevens van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen91Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven én de gemeten gehalten in de tussenlaag, is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Voor PFAS-verbindingen zijn er geen interventiewaarden beschikbaar, maar er zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOS, PFOA en GenX92INEV’s: PFOS: 110 μg/kg ds; PFOA: 1.100 μg/kg ds; GenX: 97 μg/kg ds. vastgesteld. De 95-percentielwaarden liggen zeer ruim onder de INEV’s (factor 100 tot 3.667). Ook liggen de 95-percentielwaarden van de PFAS-verbinding ruim onder de toepassingswaarden voor de bodemfuncties Wonen en Industrie (factor 2,7 tot 23,3). Heterogeniteit De heterogeniteit van de analysegegevens is berekend volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje “Heterogeniteit” in de bijlage 1. Zowel in de bovengrond als de tussenlaag zijn voor PFOA93INEV’s: PFOS: 110 μg/kg ds; PFOA: 1.100 μg/kg ds; GenX: 97 μg/kg ds. en PFOS94PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. geen sterke heterogeniteit vastgesteld (zie bijlage 4B; kolom ‘Heterogeniteit’). Tabel 3.9 Bodemkwaliteitszones PFOA en PFOS, verwachte bodemkwaliteit PFOA en PFOS. Gemiddelde (in μg/kg ds) Toetsingswaarden (in μg/kg ds) Provinciale achtergrondwaarde Wonen/Industrie Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # PFOA (som) 0,39 1,7 7,0 PFOS (som) 0,48 1,5 3,0 Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte # PFOA (som) 0,15 1,7 7,0 PFOS (som) 0,25 1,5 3,0 De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond.

Rechtspraak bij dit artikel