Naar hoofdinhoud
1. Het college weigert de tegemoetkoming indien: a. de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 2. van deze beleidsregels; b. de ouder in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; c. de opgegeven activiteiten in verband waarmee de ouder een tegemoetkoming aanvraagt, niet of niet geheel zullen plaatsvinden. 2. Het college weigert de tegemoetkoming indien er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend: a. de wet Kinderopvang (kinderopvangtoeslag); b. peuteropvang of een VVE-indicatie; c. een vergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning; c. een vergoeding op grond van de Wet langdurige zorg; d. een bijdrage van de werkgever; e. de mogelijkheid voor informele opvang; f. andere ondersteuning uit het voorliggend veld waarmee een passende oplossing wordt geboden. 3. De tegemoetkoming kan worden toegekend in combinatie met de voorliggende voorzieningen genoemd onder lid 2 wanneer deze voorliggende voorziening geen volledige oplossing biedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel